Baguette Gazette #2
Het mooiste kaasplateau van Parijs en Île Saint-Honorat in de baai van Cannes. Ook in deze nieuwsbrief: foto-exposities, vin naturel in Antibes en een architectonisch uitje in het 16e arrondissement.
Coucou,
Vorige week heb ik Parijs weer ingeruild voor Zuid-Frankrijk, sneeuw en bergen. Ik vertrek altijd het liefst vroeg op zondagochtend als de Parijse straten nog uitgestorven zijn. En vaak kom ik – ja, zelfs op zondag – dan de gardienne van mijn gebouw tegen die mijn hond Biggie nog snel een mariabiscuitje toestopt. In de zomer rijd ik vervolgens in één ruk naar Nice, over de Autoroute du Soleil via Lyon en Aix-en-Provence, maar in de winter maak ik vaak een tussenstop. Niets zo fijn als in je eentje Frankrijk doorcrossen (I love a good roadtrip), maar als het tegenzit is het eigenlijk nét iets te ver rijden voor één dag.
Gelukkig zijn er zoveel leuke bestemmingen op de route dat het soms nog lastig kiezen is. De vuistregel is: ‘voorbij Lyon’ en niet verder dan een half uurtje van de snelweg, maar soms roept een hotelletje gewoon m'n naam en dan rijd ik ervoor om. Maar natuurlijk heb ik ook zo mijn favorieten waar ik vaker stop. Dat ene schone, maar rommelige Logis de France-hotel waar je ook waanzinnig goed kunt eten, of dat sjieke hotel waar je in het voor- en naseizoen voor een prikkie kunt zitten en natuurlijk de adressen waar ze lief zijn voor honden (hemels voor deze millennial met structurele verontschuldigingsdrang).
Dit keer sliep ik weer in Hôtel Le Sphinx in Montélimar, absoluut een van die fijne adresjes. Een sfeervol hotel in een statig hôtel particulier uit de 17e eeuw midden in de stad en met leuke restaurants voor de deur. Kom je op tijd aan? Wandel dan naar de rivier de Roubion. Langs de rivier is een wandelpad aangelegd, Promenade du Petit Nice, heerlijk als je even de benen wil strekken na een lange autorit.
P.S. In Parijs is vorige week weer La Meilleure Baguette de Paris verkozen uit 143 inzendingen. De winnaar is dit jaar Sithamparappillai Jegatheepan, artisan boulanger van boulangerie Fournil Didot op 103 Rue Didot in het 14e arrondissement.
Paris
Chez Fred, depuis 1945
Voor veel Fransen is het weekend bedoeld om de dag doormidden te eten, iets waar ik me natuurlijk volledig bij aansluit. Een perfecte plek voor zo’n weekendlunch, zeker als je op het terras nog vernikkelt, is Chez Fred met de rood-witte gordijntjes in het 17e arrondissement. Chez Fred bestaat al sinds 1945, maar was decennialang een typische bouchon lyonnais waar gerechten zoals quenelles, boudin noir en andouillette op de kaart stonden. Sinds 2019 kun je hier echter weer terecht voor de traditionele Franse keuken, denk: escargots, foie gras, filet de boeuf béarnaise, confit de canard en profiteroles of een baba au rhum toe.
Allemaal té lekker, maar bij Chez Fred kom je eigenlijk maar voor één ding: het plateau de fromage. Of beter gezegd: de ouderwetse chariot de fromage. In Parijs betekende de pandemie de genadeklap voor de overdadige kaaskarretjes, adieu charme. Drie weken geleden waren we daar met vrienden lekker op z’n Frans over aan het klagen en natuurlijk luistert je telefoon altijd mee.
Geen verrassing dus, dat ik die avond op Instagram getrakteerd werd op een tip van Gilles Pudlowski. Pudlowski is culinair journalist, beschermheer van de Franse bistro en eigenlijk een beetje de Johannes van Dam van Frankrijk, maar dan iets jovialer. Enfin, Pudlowski tipte de chariot de fromage van Chez Fred en wist te vertellen dat er maar liefst 41 soorten kaas op liggen. Le bonheur, dat was ik even vergeten! Van verse geitenkaas tot Camembert met calva en van Brillat-Savarin tot romige Époisses. De laatste keer dat ik bij Chez Fred aanschoof, was in 2020, maar ik weet wel waar ik binnenkort een zondagmiddag doormidden eet.
Chez Fred, 190 bis Boulevard Pereire, 17e arrondissement.
l’Orillon
Toen ik in Belleville kwam wonen in 2018, werd l’Orillon nog gerund door chef Thomas Chevrier. Het was toen een cantine de quartier, pretentieloos, maar wél creatief. Destijds met een lunchmenu voor €15,- en ‘s avonds kon je nog tot laat doorzakken aan de bar. Die oude zinken bar is gebleven, maar dik twee jaar geleden droeg Chevrier het stokje over aan een van de bistrosterren van Parijs: Florent Ciccoli, ook bekend van Jones, Café du Coin, Recoin en het laatst geopende Sri Lankaanse La Joie (die mogen ook allemaal op je lijstje trouwens!). En nee, Ciccoli is geen man van de gelikte horecaformule, maar juist een liefhebber van karakter, sfeer en toegankelijkheid (zowel qua openingstijden als prijzen op de kaart).
l’Orillon is zo’n zaak met een simpel lunchmenu, mozaïekvloer en op het oog bij elkaar geraapte bistrotafels en -stoelen. De kaart verandert hier vrijwel wekelijks, maar als je geluk hebt, stuit je op de gnocchi met bloemkoolcrème, coques au vin blanc en natuurlijk de publieksfavoriet (en daardoor bijna altijd op de kaart?) chocoladeganache met fromage blanc-ijs en zeezout. Een flinke selectie vins nature én bediening met kennis van die wijnen, maakt de boel af.
l’Orillon, 35 Rue de l’Orillon, 11e arrondissement.
Antibes
Jeanne
Ja, parkeren in Antibes is een bloeddrukverhogende exercitie, maar als je er dan eenmaal bent (of kom met de trein, zoals ik de vorige keer deed), kun je jezelf wel trakteren op een avondje bij Jeanne in het knusse oude centrum van de stad. In deze cave à manger bestel je zonnige Franse gerechten met een Aziatische of tropische twist en naast artisanale biertjes, vind je hier een grote selectie wijnen van jonge én doorgewinterde wijnmakers. De zusjes Elsa en Marine openden Jeanne (vernoemd naar hun moeder) in 2017. Autodidacte chef-kok Elsa staat in de keuken met haar compagnon Paul Schuster, terwijl sommelier Marine in de zaak staat. Marine is overigens getrouwd met Brice Fortunato van natuurwijntempel La part des Anges in Nice, dus met die wijnen zit het wel snor. De kaart wisselt geregeld, altijd een vis, vlees én vega-optie, maar bestel sowieso de tataki de thon rouge als ‘ie op de kaart staat.
Jeanne, 10 Rue Sade.
Paris
Rue Mallet-Stevens
In het 16e arrondissement kom ik niet vaak, maar voor dit architectonische hoogstandje reis ik graag een stukje. Vandaag neem ik je mee naar een bijzondere straat: Rue Mallet-Stevens. In 1927 ontwierp en realiseerde de modernistische architect Robert Mallet-Stevens vijf hôtels particuliers en een conciërgewoning op het terrein van de welgestelde bankier Daniel Dreyfus. Twee weken geleden was ik naar de expositie ‘1925-2025, Cent ans d’Art déco’ in Musée des Arts Décoratifs, waar ook meerdere maquettes van Mallet-Stevens werden getoond. Mallet-Stevens is onder meer bekend van Villa Noailles in Hyères, het Palais de la Porte Dorée in het 12e arrondissement van Parijs en Villa Cavrois net buiten Lille, waar ik vorig jaar mijn ogen heb uitgekeken.
Voor de stadsvilla’s maakte de architect gebruik van innovatieve materialen zoals gewapend beton, waardoor royale volumes mogelijk werden. Denk aan de rationele architectuur van het einde van de jaren twintig: kubische en cilindrische vormen, brede glaspartijen, terrasdaken die trapsgewijs oplopen en de handtekening van Mallet-Stevens: beton met horizontale groeven. Op nummer 10 bevindt zich het voormalige woonatelier van de beeldhouwers Jean en Joël Martel, bekend van hun reliëfs voor het Palais de Chaillot op Place du Trocadéro. Ook nummer 4 is een blikvanger: Hôtel Reifenberg, met de verspringende verdiepingen en grote kubische luifel. Aan het begin van de impasse bevond zich oorspronkelijk de conciërgewoning, maar deze is later aangepast. Met dit project leverde Robert Mallet-Stevens een belangrijke bijdrage aan de modernistische architectuur in Parijs.
Ook de moeite waard: loop vijf minuten verder en je komt uit bij Villa La Roche. Dit modernistische woonhuis is een ontwerp van Le Corbusier en werd tussen 1923 en 1925 gebouwd. Le Corbusier paste zijn vernieuwende ideeën over licht, ruimte en circulatie hier voor het eerst radicaal toe. Entree €10.
Rue Mallet-Stevens, 16e arrondissement.
Cannes
Île Saint-Honorat
Met de navette vanuit de haven van Cannes ben je er in vijftien minuten: Île Saint-Honorat, de kleinere van de twee Îles de Lérins die achter grote zus Île Sainte-Marguerite verscholen ligt. Het kleine eiland huist niet alleen de Abbaye de Lérins, maar is ook eigendom van de monniken die er leven. En naast het vervullen van religieuze taken, verbouwen zij wijn die zelfs in het Palais d’Élysée wordt geschonken. Île Saint-Honorat is het kleinste eiland van de twee Îles de Lérins gelegen in de baai van Cannes. Het eiland wordt van het grotere Île Sainte-Marguerite gescheiden door een doorgang die Le Plateau du Milieu wordt genoemd.
Je ontdekt het eiland, dat slechts 1,5 kilometer lang is en vierhonderd meter breed, gemakkelijk in één ochtend. Dat wil echter niet zeggen dat er niet genoeg te bewonderen valt. Een wandeling over het eiland voert je niet alleen langs de abdij, maar ook langs een paar kleinere kapellen en altaren en het gefortificeerde klooster dat de monniken moest verdedigen tegen indringers van buitenaf. Tijdens de wandeling over het eiland is de wijngaard nooit meer dan een paar passen van je verwijderd en die wijn kun je uiteraard ook aanschaffen in de boetiek op het eiland.
Om Île Saint-Honorat te bezoeken neem je de veerpont vanuit de haven van Cannes. Aanschaf van een aller-retour online is goedkoper dan aan het loket, namelijk €19,50. Vanaf 17 april is ook het restaurant op het eiland, La Tonnelle, weer geopend, reserveren is een must, cannes-ilesdelerins.com.




Paris
Martin Parr, Global Warning
Jeu de Paume
Eind oktober vorig jaar ging ik naar een kleine expositie in Ménilmontant, in het 20e arrondissement. Het was eigenlijk de boeklancering van de Franse vertaling van ‘Utterly Lazy and Inattentive’, de autobiografie van de beroemde Engelse fotograaf Martin Parr. Er was voor de gelegenheid ook een analoge fotowedstrijd georganiseerd en een goed vriendinnetje van mij was geselecteerd door de jury (ook Martin Parr zelf had zich over de selectie gebogen), echt een pinch me-moment voor haar. We hadden de humoristische maatschappijkritische beelden van Parr dan ook nog vers in het geheugen toen begin december het droevige bericht naar buiten kwam dat Parr op 73-jarige leeftijd was overleden.
De tentoonstelling ‘Global Warning’ die dit jaar op 30 januari opende in fotografiemuseum Jeu de Paume, is dus nog tot stand gekomen in samenwerking met Parr. Meer dan vijftig jaar lang reisde Parr de wereld rond, niet als activist maar als een onvermoeibare en geamuseerde waarnemer. Hij gaf een helder en genadeloos beeld van ongelijkheid in de wereld en de schadelijke gevolgen van onder andere massatoerisme, technologie en de consumptiemaatschappij. Altijd met een knipoog, maar vooral kritisch en behoorlijk confronterend. Over zijn werk zei hij in 2021:
‘I’m creating entertainment, which has a serious message if you want to read into it, but I don’t expect to change anyone’s mind. l’m just showing them what they think they may know already.’
De tentoonstelling ‘Global Warning’ is te zien bij Jeu de Paume tot en met 24 mei.


Le Puy-Sainte-Réparade
Frank Horvat, Laisser la vie se produire
Château La Coste
Bij Château La Coste gaan we iets verder terug in de tijd, naar de modefotografie uit de periode 1950-1990 van de Italiaanse fotograaf Frank Horvat. De tentoonstelling omvat 46 originele afdrukken die decennia en genres overstijgen: van de nachtelijke straten van Pigalle tot revolutionaire modefotografie, van iconische zwart-witfoto’s van Parijs, Londen en New York tot latere levendige kleurenreeksen. Zijn zwart-witreeksen die in Parijs en Londen werden gemaakt, maakten van Horvat een van de invloedrijkste fotografen van zijn generatie. Zo biedt zijn beroemde reeks ‘Paris de nuit’ een intieme kijk op het naoorlogse nachtleven. Horvat brak met de conventies van de modefotografie door de voorkeur te geven aan echte decors, natuurlijke gebaren en de energie van de straat.
De tentoonstelling ‘Frank Horvat, Laisser la vie se produire’ is nog tot 12 april te bezoeken bij Château la Coste in Galerie des Anciens Chais.
Paris
Quartier de la Mouzaïa
Het hooggelegen Parc des Buttes-Chaumont is bij de meeste Parijsliefhebbers wel bekend, maar ken je ook de nabijgelegen wijk Mouzaïa? Bijna elke dag wandel ik met mijn hond van Belleville via Buttes-Chaumont naar de straatjes van Mouzaïa. Het 19e arrondissement is ontstaan toen enkele buitenwijken – zoals Belleville, La Villette en Pantin – bij Parijs werden gevoegd in 1860. Vroeger, ver voor de aanleg van Parc des Buttes-Chaumont, waren er drie gipsgroeven, carrières, in deze wijk: la carrière des Buttes-Chaumont, la carrière du Centre en la carrière d’Amérique. De eerste twee opereerden in de buitenlucht, terwijl de carrière d’Amérique nog gipssteen uit de diepgelegen galerijen haalde. Deze galerijen lagen maar liefst duizend meter onder de grond, gestut door vijftien meter hoge gewelven.
De winning van gips stopte hier echter rond 1860-70, de voorraden waren uitgeput en het gebied kon door de uitbreiding van Parijs goed voor andere doeleinden worden gebruikt. Na de sluiting van de carrières werd het land verkocht en herontwikkeld. Zo begon de aanleg van Parc des Buttes-Chaumont in 1863 en begon de bouw van La Mouzaïa in 1879. De wijk, vernoemd naar een kloof in Algerije, telt ongeveer tweehonderdvijftig huizen met één verdieping (slechts een paar hebben er twee) en een tuintje die boven op de steengroeve zijn gebouwd. Om instortingsgevaar te voorkomen werden de diepe galerijen en tunnels eerst opgevuld met puin.
De wijk Mouzaïa, die tegenwoordig erg in trek en peperduur is, ligt op de heuvel Beauregard en strekt zich uit van Rue de Bellevue in het zuiden, tot Rue David d’Angers in het noorden. Deze huizen, die oorspronkelijk voor arbeiders bedoeld waren, zijn inmiddels onbetaalbaar geworden. Huizen van één verdieping met een tuin in Parijs, wie wil dat nou niet? De kleine geplaveide steegjes worden ook wel villa’s genoemd en de meesten zijn publiek toegankelijk. Wandel over Rue de Mouzaïa en steek door via Rue de la Liberté en Rue de l’Égalité – en ja, je raadt het al, die komen natuurlijk uit op Rue de la Fraternité. Sla linksaf op Rue du Général Brunet en vervolg je weg, bijvoorbeeld door Villa de Cronstadt, richting Rue David d’Angers.
Lijn 7bis brengt je direct naar metrostation Buttes Chaumont, maar je kunt de wandeling ook beginnen bij Pyrenées waar je gemakkelijk komt met lijn 11.



Théoule-sur-Mer
Notre-Dame d’Afrique
Al jaren is deze wandeling in Théoule-sur-Mer een favoriet bij mij en mijn ouders. Zo lang al, dat ik me nog kan heugen dat ik vroeg of we 'm ook aan het begin van de vakantie konden afvinken, dan hadden we die stomme lange wandeling maar alvast gehad. Ah, comme les temps ont changé, want nu kan ik niet wachten om hem binnenkort weer n's te wandelen. Je hebt verschillende wandelroutes die langs het indrukwekkend 12 meter hoge standbeeld van Notre-Dame d’Afrique komen, maar dit is mijn favoriet (download ook de handige app Visorando). Wie vroeg in Théoule is, kan gebruikmaken van de parking waar deze wandelroute begint (Parking de La Pointe de l’Aiguille). Wandel vanaf daar naar Notre-Dame d’Afrique, vervolg je weg met uitzicht op het futuristische Palais Bulles de Pierre Cardin om na dik zeven kilometer weer te eindigen bij de dieprode Pointe de l’Aiguille. Wil je de wandeling inkorten? Houd dan na Notre-Dame d’Afrique links aan.
Parking de La Pointe de l’Aiguille, Théoule-sur-Mer.













