Baguette Gazette #4
Dineren in een Parijse schoenenfabriek, een wijnparel in Lorgues en Josephine Bakers chateau. Ook in deze nieuwsbrief: vuur en ijs in de Franse wijngaarden en een rondje opstandig Butte-aux-Cailles.
Coucou,
Het was steenkoud en nat in Parijs de afgelopen tien dagen en dat viel best een beetje rauw op ieders dak. We hadden toch net de lente ingeluid met al die mooie bloesembomen, waarom was het dan nu weer zo guur?
Wie het nieuws echter een beetje heeft gevolgd, weet dat de plotselinge kou bij Franse wijnboeren pas echt voor paniek heeft gezorgd. De flinke vorst, op sommige plaatsen wel -6 of -7, kwam op het slechtst denkbare moment. De natuur doet namelijk al weken vrolijk alsof het eind april is. Fruitbomen staan in bloei, wijnstokken zijn op veel plekken uitgelopen, en dat jonge groen is nu dus extra kwetsbaar.
Om de oogst van 2026 te redden, kunnen de viticulteurs grofweg kiezen tussen vuur of bevriezing. Zo hebben sommige wijnboeren speciale sproeisystemen geïnstalleerd die zorgen voor een klein laagje ijs op de wijnranken. Het klinkt tegenstrijdig, maar juist zo'n coconnetje van ijs kan de uitgelopen knoppen beschermen. Een andere noodmaatregel is het branden van vorstkaarsen. Dit ziet er, als je de context niet kent, bijna romantisch uit.
De komende nachten zullen nog spannend worden voor de vele wijnboeren in de Bourgogne, Loire, Chablis en Champagne, dus misschien kunnen wij op onze beurt een kaarsje voor hen branden.
Gelukkig was er ook goed nieuws vorige week. Het was even spannend, maar uiteindelijk heeft de linkse politicus Emmanuel Grégoire het gewonnen van de rechtse Rachida Dati. Grégoire is de nieuwe monsieur le Maire en dat is goed nieuws voor iedereen die droomt van een groener en socialer Parijs. Als rechterhand van Anne Hidalgo zorgde hij de afgelopen jaren voor autoluwe straten, extra fietspaden en meer ruimte voor voetgangers. Tegelijk zette hij in op betaalbare huisvesting en lokale voorzieningen zodat Parijs leefbaar blijft voor iedereen, niet alleen voor de happy few. Kortom, het steeds groenere Parijs dat zich de afgelopen jaren voor mijn ogen ontvouwde, wordt niet langer bedreigd door autogek, boos en asociaal rechts, champagne! En natuurlijk pakte Grégoire na zijn overwinning de fiets naar het stadhuis. Een PR-stunt? Waarschijnlijk, maar ik werd er toch een beetje ému van.
Paris
Le Café de l’Usine
Het lijkt bijna alsof je hier aan het verkeerde adres bent, maar wie in Belleville de binnenplaats van de oude Spring Court-fabriek oploopt, ziet gelijk het uithangbord van Le Café de l’Usine. De tennisschoenen van het Franse merk Spring Court, opgericht in 1936, werden populair in de jaren zestig toen John Lennon ze droeg op de beroemde albumcover van Abbey Road en tijdens zijn huwelijk met Yoko Ono, maar ook Serge Gainsbourg kon je uittekenen in Spring Court-schoenen. Tegenwoordig worden de schoenen niet meer in de fabriek gemaakt, maar je kunt er wel fantastisch lunchen en dineren.
Bij Le Café de l’Usine staat Alice Arnoux, ex-Le Perchoir, achter het fornuis. Hier geen à la carte, maar een vast menu van vier gangen; €35,- voor het lunchmenu en €55 voor het diner. Nu ben ik iemand met zo’n irritante notenallergie en al is die natuurlijk heel serieus, toch voel ik me altijd een beetje opgelaten dat ik ‘lastig’ moet doen. Mais bon, bij een vast menu kom je er niet onderuit om het even aan te kaarten. Gelukkig hoef je je bij Café de l’Usine niet druk te maken als je iets niet mag of niet lust. Ja, het is een vast menu, maar variaties zijn mogelijk. De kaart verandert geregeld, maar wij genoten van gnocchis frits met ricottavulling, frisse asperges met kokkels, perfect gegaard kalfsvlees en geweldige millefeuille. Ik genoot ook ontzettend van de ambachtelijke peterselieboter, geserveerd met warm brood. Het zal de Nederlander in mij zijn, maar kruidenboter is hier in Frankrijk nog een hip concept. Ook genieten: we hadden geen ‘tijdslot’ en konden gewoon lekker zo lang blijven zitten als we wilden, dat is in Parijs steeds bijzonderder.
Le Café de l’Usine, 5 Passage Piver, 11e arrondissement


Lorgues
Pépite
In het centrum van Lorgues vind je Pépite, een fijne bar à vin die zijn naam, pareltje, absoluut eer aandoet. In 2023 besloten de avontuurlijke Isabelle en Hubert hun carrières in de corporate wereld aan de wilgen te hangen, tijd voor een authentieker project rondom natuurwijn. Het resultaat: de gezellige wijnbar Pépite met schaduwrijk terras, waar je ook kunt lunchen en dineren. En de wijnselectie liegt er niet om: je kunt hier namelijk meer dan 350 bio- en natuurwijnen proeven, of een flesje meenemen voor thuis. Op de korte kaart vind je genereuse planches de fromage et charcuterie, andere apérofavorieten en gerechten en desserts die geregeld wisselen.
Pépite, 15 Avenue Allongue, Lorgues


Paris
E. Dehillerin
Dol op koken? Dan moet de historische kookwinkel E. Dehillerin in het 1e arrondissement verplicht op je lijstje. De geschiedenis van deze in kookgerei en keukenmateriaal gespecialiseerde winkel gaat terug tot 1820. Het was Eugène de Hillerin die de winkel met koperen potten en pannen begon, die later zou uitgroeien tot de winkel in kookgerei zoals we ’m vandaag de dag nog steeds kennen. In 1890 verhuisde de ijzerhandel naar Rue Coquillière, vlak bij Les Halles, waar Eugène zelf ook woonde en iedereen kende. Zijn klanten waren restauranthouders die hun verse producten bij de hallen haalden en de business breidde snel uit. Een fabriek in het 15e arrondissement produceerde de waren die in het hartje van de stad verkocht werden aan restaurateurs, bakkers, slagers en traiteurs, maar ook toeristen weten de winkel eind 19e eeuw al te vinden.
Als vader Eugène overlijdt in 1902, nemen zijn weduwe Augustine en zijn zoon Maurice het stokje over, met succes. Zo was het keukengerei op de Titanic van E. Dehillerin, leverde de winkel aan het Elysée en werd Maurice geregeld door Auguste Escoffier – de beroemde chef van het Ritz Paris en auteur van Le Guide Culinaire – genodigd voor diners en banketten. Gedurende de Tweede Wereldoorlog weten de Duitsers het bedrijf, voor hen interessant door de hoeveelheid grondstoffen en eindproducten, helaas ook te vinden. Als Maurice vervolgens ook nog door de Gestapo wordt opgepakt wegens verzetsdaden en gedeporteerd naar Buchenwald, lijkt het einde van het bedrijf ook nabij.
Toch weet de familie zich na de oorlog te herpakken en in deze periode krijgen ze er ook een belangrijke klant bij: de Amerikaanse Julia Child. Julia Child maakte de Franse keuken toegankelijk voor een breed publiek, vooral via haar boek Mastering the Art of French Cooking en haar televisieprogramma’s zoals The French Chef, op televisie van 1963 tot 1973. Vandaag de dag staat de winkel bekend om het enorme aanbod professionele kookgerei, zoals koperen pannen, sauteuses, messen en patisseriebenodigdheden.
E. Dehillerin, 18-20 Rue Coquillière, 1e arrondissement
Dordogne
Josephine Baker & Château des Milandes, Castelnaud-la-Chapelle
Al maanden stond er een podcast op mijn lijstje: Dromen van Josephine Baker, gemaakt door historicus Astrid Sy, bekend van Andere Tijden, en journalist Femke van Wiggen. Ja, Josephine Baker kennen we natuurlijk als beroemde artiest en dansend in een bananenrokje in de roaring twenties, maar ze was nog zoveel meer dan dat. Spion in het Franse verzet, feminist en pionier in de strijd tegen raciale ongelijkheid. In 2021 werd Josephine Baker bijgezet in het Panthéon in Parijs en ik moet je eerlijk bekennen dat ik op dat moment nog niet zoveel wist over haar.
Maar wie bijgezet wordt in het Panthéon is niet ‘gewoon’ belangrijk geweest voor Frankrijk. Dat intrigeert. Tijdens de bijzetting zei Emmanuel Macron over haar: ‘Née américaine, il n’y a que la France que vous aimiez plus encore que votre pays natal.’ en ‘Ma France, c’est Joséphine.’
Wie, zoals ik, voor het eerst voorbij dat bananenrokje kijkt en over Josephine Bakers leven leest, valt van de ene verbazing in de andere. Het leven van Josephine in een aantal zinnen: een zeer armoedige jeugd in St. Louis in de Verenigde Staten, een huwelijk op dertienjarige leeftijd, haar aankomst in Parijs in 1925 op 19-jarige leeftijd, successen met La Revue Nègre en het openen van haar eigen club Chez Joséphine in Montmartre voor haar dertigste verjaardag, alle dieren die ze adopteerde – waaronder de cheeta Chiquita, die ze soms meenam naar Parijse restaurants, haar oorlogstijd als spion voor het Franse verzet waar ze niet alleen de Légion d’honneur- maar ook de Croix de Guerre-onderscheiding voor kreeg, het chateau dat ze na de oorlog kocht in de Dordogne, de twaalf kinderen die ze adopteerde uit verschillende delen van de wereld en die ze haar regenbooggezin – Rainbow Tribe – noemde, de grote financiële moeilijkheden die het onderhouden van het chateau en haar grote gezin veroorzaakten en natuurlijk haar strijd voor burgerrechten in Europa en de Verenigde Staten.


Het lijkt alsof Josephine Baker, die op 68-jarige leeftijd in 1975 stierf, meerdere levens heeft geleid. In de podcast hoorde ik ook dat je Château des Milandes nog altijd kunt bezoeken en dat het, in tegenstelling tot wat je misschien verwacht, echt een Josephine Baker-museum is, inclusief ingerichte kamers, kostuums, archiefmateriaal en memorabilia. Volgens Josephine Baker-kenner Femke van Wiggen echt de moeite waard.
Château des Milandes, 257 Route Joséphine Baker, Castelnaud-la-Chapelle
De trailer van de vierdelige podcast Dromen van Josephine Baker luister je hier:
Paris
Renoir et l’amour & Renoir dessinateur
Musée d’Orsay
Het Musée d’Orsay pakt deze lente flink uit met niet één maar twee Renoir-exposities. De eerste tentoonstelling, ‘Renoir et l’amour. La modernité heureuse’, laat zien dat hij veel meer was dan alleen de schilder van zonnige lunches, dansende koppels en zwoele namiddagen. Je zou zelfs kunnen zeggen dat zijn werk een moderne kijk op liefde, vrijheid en menselijk contact laat zien. Renoir kiest niet voor drama, maar juist voor warmte en plezier. De tweede expo, ‘Renoir dessinateur’, zoomt in op zijn tekeningen, aquarellen en pastels, en toont een veel minder bekende Renoir: experimenteler, losser en technisch veelzijdiger dan zijn reputatie lang deed vermoeden. Je ziet er hoe belangrijk papier was in zijn zoektocht naar vorm, licht en compositie, zeker vanaf de jaren 1880, wanneer hij zich verder losmaakt van het impressionisme. Twee interessante verschillende kanten van een en dezelfde schilder, de moeite waard.
De tentoonstelling ‘Renoir et l’amour’ is te zien tot 19 juli en de tentoonstelling ‘Renoir dessinateur’ is tot 5 juli te zien in Musée d’Orsay.
Hyères
Gustave Courbet, du chant de la Nature aux voix de la Révolte
La Banque, musée des Cultures et du Paysage
Het realistische werk van Gustave Courbet herken je aan de ruige landschappen, jachtscènes, portretten en schilderijen van gewone mensen op het platteland en uit het arbeidersmilieu, heel ongewoon voor de 19e eeuw. Courbet werd geboren in de Franche-Comté, de regio in midden-oost Frankrijk die tegen Zwitserland aan ligt, en zou zijn hele leven sterk verbonden blijven met die streek. Courbet was een van de belangrijkste schilders van het realisme en zijn werken zijn dan ook meer dan alleen landschapsschilderijen; de sfeer spat er vanaf. Als vrijgevochten en controversieel figuur betaalde hij zijn politieke engagement uiteindelijk met ballingschap in Zwitserland. Deze tentoonstelling in La Banque laat al die kanten samenkomen.
De tentoonstelling ‘Gustave Courbet, du chant de la Nature aux voix de la Révolte’ is te zien tot 24 mei in La Banque, musée des Cultures et du Paysage.
Parijs
Butte-aux-Cailles
De eerste keer dat ik in Butte-aux-Cailles kwam, was in 2013, tijdens mijn eerste periode in Parijs. Ik had mijn bachelordiploma net op zak en woonde in het twaalfde arrondissement van Parijs. Ik had geen telefoon met Google Maps en dus standaard een kaart van de stad in m’n tas. Die kaart vouwde ik soms stiekem open ín die tas, want iemand zou me maar zien met die kaart, zó genant vond ik dat toen. Hilarisch!
Butte-aux-Cailles ligt in het 13e arrondissement, net onder Place de l’Italie. Lang geleden, in 1543, was het een wijnboer genaamd Pierre Caille die hier een met wijnstokken beplante heuvel kocht; de heuvel van Caille dus. Tot de 20e eeuw stroomde de rivier La Bièvre hier nog bovengronds en stonden er veel molens en kleine fabrieken langs het water. In de tweede helft van de 19e eeuw was baron Haussmann in Parijs druk met het reorganiseren van de stad, maar in de wijk Butte-aux-Cailles konden door de onstabiele grond en de aanwezigheid van steengroeven onder de heuvel geen grote, hoge gebouwen worden neergezet, helaas voor Haussmann bleef het karakter van de wijk dus bewaard. In 1871 kwam de wijk in opstand tijdens de Commune van Parijs, en die rebelse arbeidersgeest is er vandaag nog altijd voelbaar.
In 2013 verkende ik de buurt samen met vriendin Lotte die het hier al goed kende. Samen wandelden we door de straatjes, ook toen al met veel streetart. Ik weet nog dat ik Butte-aux-Cailles opstandig en cool vond, zeker toen we later gingen eten bij Le Temps de Cerises waar de protestposters en kritische teksten voor zich spraken. Le Temps de Cerises is een coöperatief restaurant dat in 1976 werd geopend door acht vrienden uit artistieke en communistische kringen. Het doel: een gezellige plek creëren met ruimte voor politiek en artistiek debat, eten was eigenlijk bijzaak. En die sfeer vind je hier nog altijd. Ook een tip: een biertje op het terras van Le Merle Moqueur bij mooi weer, ook op Rue de la Butte-aux-Cailles.


Arrière pays niçois
La pyramide de Falicon
Het klinkt misschien gek, maar in het achterland van Nice, in Falicon, kun je een heuse piramide bezoeken. Het dorp Falicon ligt hoog boven Nice, tussen Aspremont, Saint-André-de-la-Roche en Tourrette-Levens, en herbergt een intrigerend overblijfsel: een grot waarvan de toegang wordt gemarkeerd door een inmiddels vervallen piramide. De piramide van Falicon en de onderliggende Grotte de la Ratapignata, wat vleermuis in het Niçois betekent, zijn sinds hun ontdekking in de 19e eeuw voer voor speculatie.
De grot werd in 1803 ontdekt door de Italiaanse advocaat en amateurarcheoloog Domenico Rossetti, die er tijdens zijn vakantie op stuitte. Hij raakte zo onder de indruk van de kalkformaties in de grot dat hij er een gedicht van maar liefst 1300 verzen over schreef. De piramide, gelegen op 430 meter hoogte tegen de helling, zou oorspronkelijk zo’n zes meter breed en negen meter hoog zijn geweest. Binnenin de grot bevindt zich een gemetselde trap en een stalagmiet waarin je de contouren van een gezicht kunt herkennen. Al meer dan tweehonderd jaar wordt er gespeculeerd over de oorsprong van de piramide. Is het een Gallo-Romeins heiligdom of hebben Tempeliers hier een schat verstopt? In 2007 werd de piramide, na onderzoek door het Institut de préhistoire et d’archéologie Alpes Méditerranée, officieel erkend als historisch monument. Volgens het instituut zou de piramide veel recenter zijn gebouwd, tussen 1803 en 1812, mogelijk zelfs door Rossetti zelf, simpelweg om de ingang van de grot te markeren en bezoekers aan te trekken.
De route naar de Pyramide de Falicon is ongeveer zes kilometer lang, goed voor zo’n 2,5 uur wandelen en 244 hoogtemeters. Onderweg loop je deels over de GR5 en het dragen van wandelschoenen is vanwege de keien een goed idee. De grot is helaas door idioten hier en daar met wat tags besmeurd, maar is desalniettemin de moeite waard. Reken onderweg op meerdere indrukwekkende uitzichten, van het achterland van Nice tot aan de Middellandse Zee.
Parkeren doe je vlak voor de rotonde van l’Aire Saint Michel op Avenue de Rimiez of links op de Vieux Chemin de Gairaut. Ik gebruik wandelapp Visorando (vanwege de handige kaarten die je ook offline kunt gebruiken), de wandeling vind je hier.
















