Baguette Gazette #5
Ontroerende pleurotes, Europa's mooiste treinreis en 19e-eeuwse marketing in Père-Lachaise. Ook in deze nieuwsbrief: een oester-happy hour, vurige stempels en 3000m2 Calder in Fondation Louis-Vuitton.
Een paar weken geleden gonsde Parijs plots van opwinding door een, op het oog, simpele reclamecampagne. Her en der door de stad hingen witte posters met daarop slechts een paar woorden. Kenners en superfans hadden echter niet lang nodig om de code te kraken: het waren teksten uit liedjes van Céline Dion. Oké, waarschijnlijk mag ik het van Dionpuristen geen ‘liedjes’ noemen, chansons zijn het natuurlijk. Al snel kwam ook de grote aankondiging: Céline Dion zou eind 2026 meerdere optredens in Parijs geven.
De laatste keer dat de Canadese zangeres in Frankrijk optrad was in 2024 toen ze tijdens de Olympische Spelen L’Hymne à l’amour zong voor de Eiffeltoren. Toen was iedereen ook al door het dolle heen, omdat de zangeres eerdere concerten had moeten afzeggen vanwege haar neurologische aandoening. Het was dus lang onzeker of ze ooit nog een keer in Parijs op de bühne zou staan, tot deze maand, toen de droom van vele fans in vervulling ging.
De jacht op kaartjes was daarmee officieel geopend, inclusief digitale wachtlijsten en urenlang, vaak vergeefs, verversen van de ticketwebsite. Deze run op concertkaartjes ging fans overigens niet in de koude kleren zitten. Zo heb ik meerdere vrienden die geen tickets konden bemachtigen zowat door de 5 stages of grief zien gaan, zo gehecht zijn de Fransen aan Céline.
En de cijfers liegen er niet om: uiteindelijk stonden er 1,9 miljoen fans in de digitale wachtrij voor een van die felbegeerde 480.000 kaartjes. Ik snap die tranen wel.
Paris
Patine
Oud-collega’s, je weet nooit waar je ze tegen het lijf loopt. Zo zat ik vorig jaar te lunchen bij Café Mirabelle in het 11e, toen Marie opeens de keuken uit kwam rollen. Marie en ik kenden elkaar van onze tijd bij een Parijse tech-startup waar ze een goede baan had, maar ze was sindsdien dus van carrière geswitcht (net als ik trouwens). Zo zie je maar: een carrière maakt niet de vrouw, het is nooit te laat om je dromen na te jagen.
Café Mirabelle heeft inmiddels haar deuren gesloten en sinds eind vorig jaar zit op dit adres Patine, gerund door Emma Rajaud en Julien Chevallier (voormalig chef van Parcelles). Bij Patine krijgen klassieke bistrogerechten een frisse draai. De kaart is klein, maar afwisselend en je kunt er neerstrijken voor lunch (entrée + plat voor €22,-) of dîner (entrée + plat + dessert voor €50,-). Twee weken geleden reserveerde ik een tafel voor mij en een ex-collega, ook al van diezelfde tech-startup, en dat was een goed idee.
Het interieur is opgefrist, maar nog wel wat basic. Denk: bakstenen muren, houten tafels en hier en daar een wit tafellaken (oké, we hadden wel het idee dat ons laken een ietwat wiebelige terrastafel moest verbergen). De zaak kan nog wat liefde gebruiken, maar gelukkig maakte de sfeer alles goed. Wie vaker in pas geopende Parijse restaurants komt, zou bijna zweren dat er geen mensen van boven de veertig meer door de stad lopen. Bij Patine zat gelukkig een fijne mix van jong en oud en daar houd ik van. Nu is een menu van vijftig euro natuurlijk niet goedkoop, maar in dit geval was het het helemaal waard (al is het lunchmenu hier pas écht een goede deal). Ons diner begon gelijk goed met het lekkerste voorgerecht dat ik in tijden at: pleurotes (oesterzwammen) met erwtjes, eigeel, gekonfijte knoflook en room van parmezaan, délicieux. Daarna volgde een mooie lotte (een visje) en deelden we een assiette de fromages met een verrassende tomatenjam. We eindigden met een soufflé de chocolat die prachtig ‘hoog’ boven de rand van de ramequin uitkwam, een dikke neuf sur dix!
Patine, 16 Rue la Vacquerie, 11e arrondissement
Nice
Coquillages Bouchet
Dol op fruits de mer, maar heb je geen zin om in een tourist trap terecht te komen? Reserveer dan een tafeltje bij Coquillages Bouchet in een klein straatje vlakbij de haven van Nice. Deze zaak wordt gerund door Nicolas Bouchet en Hugo Gallet, twee ambitieuze vrienden. De vader van Nicolas is oesterkweker en de oesters komen dan ook rechtstreeks uit het Bassin de Thau, achter Sète in de Hérault. Het eerste adres van Coquillages Bouchet bestaat al jaren in La Grande-Motte, een sixties badplaatsje aan de andere kant van Montpellier, maar sinds enkele jaren dus ook in Nice. In deze zaak wordt niet gekookt, maar daar kom je ook niet voor. Naast oesters vind je hier ook sint-jakobsschelpen, scheermessen, garnalen, kreeft en krab. En goede witte wijn natuurlijk. Zin in een snelle oester? Elke donderdag tot en met zaterdag tussen 17.30 en 19.00 is er ook een happy hour.
Coquillages Bouchet, 2 Rue Rusca


Paris
Le Tampographe Sardon
Vroeger stuurde mijn moeder áltijd kaartjes, daar stond ze om bekend. Geen lange brieven, maar gewoon een hart onder de riem op een Boomerangkaart. Een grappige observatie of een lieve zin, kort maar krachtig. Het wordt steeds zeldzamer (ik moet toegeven dat de prijs van een internationale postzegel in Frankrijk, inmiddels €2,25, me ook wel wat afremt), maar gelukkig heb ik nog een paar vriendinnen die graag kaartjes sturen. Heb jij ook zo’n vriend of vriendin? Dan heb ik het perfecte cadeau voor de stationery lover in jouw leven, al kun je diegene misschien beter gewoon meenemen naar Le Tampographe Sardon. In deze winkel heeft kunstenaar Vincent Sardon de rubberstempel tot een kunstvorm verheven. Sardon speelt met het spanningsveld tussen de autoriteit van stempels en absurde, politieke, anarchistische en soms poëtische teksten. Je moet je bezoekje aan Le Tampographe wel goed plannen, want de winkel is alleen geopend op zaterdag tussen 11.00 en 19.00 uur. Gelukkig kun je ook online bestellen.
Le Tampographe Sardon, 4 rue du Repos, 11e arrondissement.


L’arrière pays niçois
Train des Merveilles
Wist je dat je niet alleen met de trein langs de Côte kunt rijden, maar dat je ook een dagtrip door het achterland van Nice kunt maken? Introducing: Le Train des Merveilles. Deze spoorlijn brengt je van Nice naar Tende en doorkruist onderweg een spectaculair berglandschap; diepe kloven, viaducten en pittoreske dorpjes. In twee uur rijdt de trein langs Sospel, Breil-sur-Roya, Saint-Dalmas-de-Tende en La Brigue om uiteindelijk aan te komen in het middeleeuwse stadje Tende, aan de poort van het Parc national du Mercantour.
De naam doet het al vermoeden en inderdaad: de Train de Merveilles wordt met recht een van de mooiste treinroutes van Europa genoemd. Een merveille is natuurlijk een wonder, maar in dit geval verwijst de naam naar de Vallée des Merveilles, een hooggelegen bergvallei in het Parc National du Mercantour, dat tegen de Italiaanse grens aan ligt. De trein brengt je dichtbij de vallei (hij rijdt er niet doorheen) wat Tende ook een goede uitvalsbasis maakt voor wandelingen in dit gebied.
De spoorlijn kent een woelig verleden en het was niet altijd zeker of de verbinding gehandhaafd zou worden. Al in 1883 ontstond het ambitieuze plan om Nice per spoor te verbinden met Breil, Tende en zelfs het Italiaanse Cuneo. Om die droom te realiseren waren bijna honderd bruggen, viaducten, tunnels en steunmuren nodig, voor die tijd een enorme technische uitdaging. Uiteindelijk werd de lijn in 1928 geopend, maar het feest kwam tijdens de Tweede Wereldoorlog alweer ten einde toen enkele belangrijke stukken van de spoorlijn vernield werden om de bevoorrading van de Duitse troepen te verhinderen. Pas in 1979 werd het volledige traject opnieuw in gebruik genomen.
Bij een spoorverbinding als deze hoort onvermijdelijk veel en ingewikkeld onderhoud en daarom werd het traject van september 2024 tot december 2025 zelfs volledig gesloten. Een kleine ramp voor lokale ondernemers die het toerisme in deze periode flink zagen opdrogen. In totaal investeerde de overheid een fiks bedrag, 74 miljoen euro, en op 15 december 2025 werd de lijn weer in gebruik genomen.
Informatie en dienstregeling vind je hier, maar mijn advies: neem de trein van 9.32 uur in Nice (trein ZOU! 22991). In deze trein reist namelijk een gids mee die in het Frans en Engels vertelt over de omgeving en de geschiedenis van de lijn. Van juni tot september is er elke dag commentaar van een gids in de trein van 9.32 uur. In april, mei en oktober alleen in het weekend en op feestdagen. Tip: koop via deze link de Pass Journée Département 06 voor € 20,- waar je één hele dag mee kan reizen. Voor elke extra persoon (8 maximaal) die je toevoegt aan deze kaart betaal je maar €5,- extra. Zo kost de treinreis voor vier personen bijvoorbeeld maar € 35,- in plaats van €33,60 per persoon voor een retour Nice-Tende.
Paris
Calder. Rêver en équilibre
Fondation Louis Vuitton
Heb je een goede reden nodig voor een waanzinnige Calder-expositie met bijna driehonderd werken verspreid over meer dan drieduizend vierkante meter? Volgens mij niet, maar Fondation Louis Vuitton heeft ‘m gevonden: de honderdste verjaardag van de komst van Alexander Calder naar Frankrijk en de vijftigste verjaardag van zijn overlijden. Voor de gelegenheid wordt ook het grasveld naast de Fondation als expositieruimte gebruikt, une première.


Alexander Calder was een Amerikaanse kunstenaar die met zijn speelse, bewegende mobiles en monumentale stabiles de beeldhouwkunst letterlijk in beweging bracht. De tentoonstelling beslaat een halve eeuw aan creativiteit, een periode waarin de kunstenaar afwisselend in Amerika en Frankrijk woonde. Als bezoeker ontdek je de eerste voorstellingen van het Cirque Calder, die vanaf het einde van de jaren twintig de Parijse avant-garde in de ban hielden, en natuurlijk ook Calders grote kunstwerken voor de openbare ruimte uit de jaren zestig en zeventig. En hoewel zijn werk gedurende de tijd veranderde, is er ook een duidelijke rode draad te bespeuren: beweging, licht, reflectie, eenvoudige materialen, maar ook geluid en zwaartekracht. Werk van tijdgenoten en vrienden uit de avant-garde maken de expositie compleet; Jean Arp, Barbara Hepworth, Piet Mondriaan, Pablo Picasso, Henri Cartier-Bresson, Man Ray, Irving Penn en Agnès Varda.
De tentoonstelling ‘Calder. Rêver en équilibre’ is te zien tot 16 augustus in Fondation Louis Vuitton.
Le Cannet
Voici venu le temps du mimosa
Musée Bonnard
Ik schreef al eerder over mijn liefde voor kleine musea aan de Côte, zoals Musée Renoir en Musée Léger. Wie geregeld overzichtstentoonstellingen bezoekt in grote steden waar het ene topstuk het andere opvolgt, kan in zo’n klein museum namelijk mooi even detoxen. Vaak hangt hier maar een handvol semi-belangrijke werken van de grote kunstenaar in kwestie en dat maakt dat je veel langer bij één kunstwerk stilstaat en alles op een andere manier in je opneemt. Ook is zo’n klein museum vaak het voormalig atelier van de kunstenaar, waardoor het artistieke proces bijna tastbaar wordt.
Musée Bonnard in Le Cannet is ook zo’n museum en tot eind mei kun je hier een leuke tentoonstelling bezoeken: Voici venu le temps du mimosa. Pierre Bonnard was een Franse schilder, bekend door zijn intieme interieurs en badkamerscènes waarin kleur, licht en herinnering subtiel in elkaar overvloeien. Het bijzondere schilderij met de naam L’Atelier au Mimosa, dat Bonnard schilderde tussen 1939 en 1946, werd uitgeleend door Centre Pompidou en staat centraal in deze expositie. In l’Atelier au Mimosa knalt de bloeiende mimosa van het doek in een zonnig geel en vervagen de grenzen tussen binnen en buiten. Wie goed kijkt, zou een gezicht in de schaduw kunnen zien. Mogelijk is dat het gezicht van Bonnards vrouw Marthe die enkele jaren eerder was overleden.
De tentoonstelling ‘Voici venu le temps du mimosa’ is te zien tot 31 mei in Musée Bonnard.
Paris
Cimetière du Père-Lachaise
De een vindt het prachtig, de ander kan er niet tegen: begraafplaatsen bezoeken. Ik val in de eerste categorie en bezoek Père-Lachaise graag. Ook wandel ik er bijna dagelijks omheen met de hond – die overigens om begrijpelijke redenen niet óver de begraafplaats mag. Nu ben ik geen azijnpisser, maar juist op plekken als Père-Lachaise valt soms je mond open van verbazing (of: ça te met sur le cul, zoals de Fransen zo mooi zeggen) door het gedrag van sommige bezoekers. Van twintigers die een hele fotoshoot doen óp een grafzerk, tot een groep toeristen die dwars over de graven lopen terwijl ze naar elkaar joelen dat de bus straks weer gaat vertrekken. Mon dieu, respectloos.
Maar moet je dan in stilte met getergde blik over deze begraafplaats schuifelen? Nee, natuurlijk niet. Een vriendin van mij bezoekt regelmatig een dierbare die op Père-Lachaise begraven ligt en zij zei laatst tegen mij: ‘Het is een lieu vivant, waar actief wordt gerouwd door families, maar ook een historisch geladen plek die het waard is om bezocht te worden, alleen wel met een beetje respect natuurlijk.’
De begraafplaats is trouwens vernoemd naar vader François d’Aix de la Chaise, Père Lachaise dus, de biechtvader van Zonnekoning Louis XIV. De begraafplaats opende in 1804, maar op dat moment waren de Parisiens terughoudend om van het afgelegen Cimetière de l’Est, zoals de begraafplaats toen heette, gebruik te maken. De groei van de begraafplaats in dit minder chique deel van de stad verliep zo traag, dat de autoriteiten besloten het over een andere boeg te gooien: in 1817 werden met veel bombarie de vermeende stoffelijke resten van onder andere Molière overgebracht naar Père-Lachaise. En de marketingstunt werkte; mensen wilden graag naast een beroemde Fransman begraven liggen. Gedurende de 19e eeuw groeide de begraafplaats dan ook flink tot het uiteindelijk de 44 hectare zou beslaan die we vandaag de dag kennen.
Er zijn op Père-Lachaise anno 2026 zo’n 70.000 grafplaatsen waar ongeveer 1 miljoen mensen in begraven liggen. Enkele beroemde overledenen zijn: Frédéric Chopin, Colette, Maria Callas, Jim Morrison, Édith Piaf, Oscar Wilde en Jacques Chirac. Dat niet iedereen zomaar op Père-Lachaise begraven kan worden, vind ik overigens logisch, maar eind vorig jaar werd de deur toch op een kiertje gezet. Je kon je namelijk bij de gemeente Parijs aanmelden voor een plek op deze historische begraafplaats, maar wel onder één voorwaarde: wie de plek toegewezen zou krijgen, zou het verlaten grafmonument (met erfgoedstatus) volledig moeten restaureren, precies zoals het was. De vraag is natuurlijk of dit een taak voor particulieren is, of dat de Mairie dit eigenlijk zou moeten oppakken.
Dat Père-Lachaise overigens ook een plek vol leven is, bewijst het Instagramaccount van Benoît Gallot, beheerder van de begraafplaats. Gallot deelt geregeld foto’s van alle dieren die hij zoal op Père-Lachaise tegenkomt, zoals het lieve vosje hieronder:
Cimetière du Père-Lachaise, 16 Rue du Repos, je kunt de begraafplaats gratis bezoeken.
Nice
Cathédrale Orthodoxe Russe de Saint-Nicolas
Wie voor het eerst de typische uivormige koepels van de Cathédrale Orthodoxe Russe de Saint-Nicolas in Nice in het vizier krijgt, knippert waarschijnlijk even met z’n ogen. Maar wie voor het imposante bouwwerk staat, zal het waarschijnlijk niet verbazen dat dit, buiten Rusland, de grootste Russisch-orthodoxe kathedraal van Europa is. De kathedraal werd tussen 1903 en 1912 speciaal gebouwd voor de Russische aristocratie, die destijds massaal aan de Côte d’Azur overwinterde. Naast de typische koepels, zijn ook de rijk versierde gevels en het uitbundige interieur opvallend en in zeer goede staat.
Hoewel de kathedraal op Frans grondgebied staat, kwam de Cathédrale Orthodoxe Russe de Saint-Nicolas in 2011 na meerdere juridische conflicten overigens weer officieel in handen van de Russische staat, wat haar anno 2026 geopolitiek geladen maakt. Het is natuurlijk een afweging: schrijven over iets dat verbonden is met de Russische staat, moet je dat wel doen? Wegen architectuur en de historische waarde van een plek zwaarder, of moet je het bestaan van zo’n monument maar volledig negeren? Ik denk dat je je absoluut voor zo’n bijzonder stukje lokale geschiedenis mag interesseren, zolang je de Russische zakken maar niet vult. Entreegeld zou ik dus zeker niet betalen – call me a leftie – maar het is zonde om dit indrukwekkende bouwwerk links te laten liggen.
Avenue Nicolas II














