Baguette Gazette #7
Zon, zee en popart op Porquerolles, de ultieme cave à boire naast Marché d'Aligre en foccacia's en brocante in Nice. Ook in deze nieuwsbrief: véél oesters, Robert Capa en beeldhouwer Chana Orloff.
Het gaat slecht met de maisons de champagne in Frankrijk, zo las ik vorige week in de krant. Door een mix van inflatie, veranderende drinkgewoonten en geopolitieke onzekerheid daalde de champagneverkoop in 2025. Volgens de Financial Times is er bij LVMH – onder meer eigenaar van Moët & Chandon, Veuve Clicquot en Ruinart – sprake van stevig dalende volumes, terwijl Maison Pommery & Associés betalingsuitstel heeft aangevraagd. De nettoschuld van het bedrijf is groter dan 750 miljoen euro (!) en dus staat het water (of de champagne?) hen aan de lippen. Overigens achtervolgt die schuld Pommery al jaren, dus je kunt je afvragen of ze niet ergens de boot naar modernisering en verduurzaming hebben gemist.
Zelf was ik de afgelopen weken trouwens ver van de mondaine Franse wereld. Parijs is mijn muze, maar ze voelt altijd wel wat verder weg als ik in de bergen ben. Terwijl mijn vriend in Parijs het fort bewaakte, was ik dus met de hond in mijn boshuisje. Officieel om de tuin te temmen – het gras stond bij aankomst tot m'n middel – maar ook om te schrijven. De totaal onverrassende conclusie? Het was weer te kort, ik heb te hard gewerkt en te weinig met een boek in het gras gelegen (toegegeven, de zomereditie van Côte & Provence moest een paar dagen geleden óók naar de drukker, dus het was ook wel druk).
Gelukkig is het bijna onmogelijk om de bergen te ontlopen als je erdoor omringd wordt. Van wakker worden met vogeltjes die om vijf uur beginnen te tjilpen, tot de bergtoppen die na een flinke regenbui weer even wit worden en de rivier die buldert van het smeltwater. Overdag soms puffen in de zon, maar ‘s avonds nog wel een haardje aan en een dikke trui. Ik ben inmiddels totaal niet meer geloofwaardig – ik roep dit namelijk elke drie maanden – maar ik denk toch echt dat dít mijn favoriete seizoen is.
Paris
Le Baron Rouge
Vandaag geen nieuwe zaak, maar een plek waar ik al jaren kom: Le Baron Rouge. Dat je door de bijzondere openingstijden altijd goed moet bedenken wanneer je er wat wil drinken en daar je plannen op aanpast, draagt misschien bij aan de charme van deze cave à boire. Sterker nog: goede vrienden met wie ik vroeger vaak bij de Baron te vinden was (zelfs op de middag na hun huwelijk), wonen inmiddels weer in Nederland, maar na aankomst op Gare du Nord springen zij vaak direct op de fiets richting Marché d’Aligre, met of zonder koffer. Voor mij is een middag op de stoep van Le Baron Rouge écht Parijs. Bij deze pretentieloze zaak staan de wijnvaten in de zaal, zijn er meer wijnreferenties dan je kunt proeven en de bordjes fromage, charcuterie en oesters zijn een life line, want het wordt altijd een bontere middag dan je van tevoren had bedacht.
Le Baron Rouge draait op het ritme van de Marché d’Aligre en is ‘s avonds vaak ook eventjes open. Ik kom er eigenlijk alleen in het weekend en dan zien de openingstijden er als volgt uit: vrijdag en zaterdag 10:00-15:00 & 17:00-21:00 en op zondag van 10:00-16:00. In de winter is het binnen dringen, maar eigenlijk sta je als het niet regent altijd buiten aan de geïmproviseerde tafeltjes (een houten plank op plastic kratten). Ik dacht overigens dat ik wel tientallen foto’s van Le Baron Rouge op mijn telefoon zou hebben, maar niets is minder waar. Er is wel een foto die ik altijd verstuur als ik vrienden vraag of we dit weekend weer even naar de Baron gaan: een foto van de old school wc die niet in de zaak zelf, maar op het binnenplaatsje achter de Baron zit. Een knalrood geschilderd hok met een gat in de grond en van die porseleinen stukken waar je je voeten neer moet zetten. Ouderwets, maar wie Parijs goed kent, weet dat je eigenlijk liever een gat in de grond dan een gore wc aantreft.
Een tip voor wie langer dan een weekend in Parijs is: skip het weekend en ga op een doordeweekse dag naar Le Baron, dan sta je waarschijnlijk tussen de locals.
Le Baron Rouge, 1 Rue Théophile Roussel, 12e arrondissement.


Nice
Bart
Oké, laat ik het maar gelijk toegeven: ik ben in een TikTokrij gaan staan. Maar verdient het ook schaamrood op de kaken als het een van de beste broodjes van 2026 was? En is het wel een TikTokrij als er mensen van alle leeftijden en voornamelijk locals in de rij staan? Is het dan niet gewoon een lange rij? Enfin, ga maar gewoon vroeg naar Bart en haal voor €9,50 zo’n zachte, luchtige focaccia met bijvoorbeeld speck, pesto, gedroogde tomaatjes en ricotta, of mortadella, artisjokcrème en stracciatella. Rue de la Préfecture is maar een paar minuten van de Promenade des Anglais en het strand, dus ideaal voor een picknick.
Bart, 31 Rue de la Préfecture.
Paris
Poissonnerie l’Épuisette
Laatst fietste ik in het 11e richting Père-Lachaise toen mijn oog viel op een winkel: Poissonnerie l’Épuisette. Eigenlijk is winkel een te groot woord, want het is wat we in Nederland een ouderwetse automatiek zouden noemen. En dit is een bijzondere FEBO want in de vakjes zit vis. l’Épuisette is een viswinkel zonder personeel met meer dan driehonderd gekoelde lockers waar je zelf vis, gemarineerde garnalen en fruits de mer uit de muur kunt trekken. Ik denk niet dat ik snel een moot vis uit deze koelvakken zou trekken (al zag het er netjes uit, hoor), maar er waren ook een heleboel vakjes met oesters, van één tot twee dozijn, perfect voor een last-minute apéro.
Poissonnerie l’Épuisette, 113B Rue de la Roquette, 11e arrondissement.


E. Dehillerin
Ik schreef al eerder over mijn liefde voor kookwinkel E. Dehillerin en natuurlijk vind je daar ook mijn micro-obsessie van de afgelopen tijd: oestermessen. Bij E. Dehillerin koop je dit traditionele oestermes met een fijn palissanderhouten handvat (€17,59). En om iets anders moest ik een beetje lachen: een houten oesterblok waar je je oesters stevig in kunt vastklemmen (€10,68), zou dat nou écht handig zijn?
Online of bij E. Dehillerin, 18-20 Rue Coquillière, 1e arrondissement.
Nantes
Malàkio
Het perfecte cadeau voor deze zomer? Op mijn wishlist staat al een tijdje het oesterplateau van Malàkio dat ik een winkeltje vlak bij Bastille zag. Malàkio maakt designobjecten van wat normaal gesproken in de vuilnisbak verdwijnt: schelpen van oesters, mosselen, kokkels en sint-jakobs- en venusschelpen. Oprichter Morgan leerde via zijn zwager in Noirmoutier het vak van oesterkweker kennen en samen trokken ze elk weekend naar markten in de regio Parijs om er oesters te verkopen tot de pandemie in 2020 roet in het eten gooide. In deze periode begon Morgan in zijn garage schelpen kapot te slaan met een hamer, op zoek naar een manier om er duurzaam materiaal van te maken. Uiteindelijk vroeg hij zijn jeugdvriend Hugo om bij het bedrijf te komen en samen maken zij sinds 2021 circulaire designobjecten van afgedankte schelpen uit de Franse horeca en seafoodsector; van lampen tot schalen, en van onderzetters tot boekensteunen.
Paris
Robert Capa. Photographe de guerre
Musée de la Libération de Paris
Twee weken geleden appte ik een vriendin: ‘We gaan zo naar een expositie over oorlogsfotografie, een romantische date!’. Mijn vriend fotografeert en ik ben historicus, dus het was ook wel echt het perfecte uitje voor ons. Bij aankomst leerde ik direct iets wat ik eigenlijk wel had moeten weten: Robert Capa heette eigenlijk Endre Friedmann. De tentoonstelling Robert Capa. Photographe de guerre gaat over de man achter enkele van de beroemdste oorlogsfoto’s van de twintigste eeuw – zoals de landing op de Normandische stranden tijdens D-Day – en de manier waarop hij de oorlogsfotografie vormgaf.
Capa werd in 1913 in Boedapest geboren als Endre Friedmann, een Joodse Hongaar die na de opkomst van het nazisme naar Parijs vluchtte. Daar vond hij zichzelf opnieuw uit als ‘Robert Capa’: een charmante fotograaf met bravoure en een instinct voor het beslissende moment. Samen met zijn geliefde Gerda Taro maakte hij van die naam een mythe, maar achter die mythe schuilde een scherpzinnige, antifascistische fotojournalist die begreep hoe persbeelden moesten werken. De tentoonstelling toont hoe een jonge immigrant uitgroeide tot een icoon van de moderne fotografie.
De expo laat zien hoe Capa het beeld van de oorlogsfotograaf mede vormgaf: hij kwam dichtbij, was soms roekeloos, maar was altijd gericht op dat ene beeld dat de geschiedenis kon samenvatten. Het beroemde citaat ‘If your pictures aren’t good enough, you’re not close enough’, wordt niet voor niets aan Capa toegeschreven. Na de oorlog hielp hij bij de oprichting van Magnum Photos, de coöperatieve fotografenorganisatie die de rechten en onafhankelijkheid van fotojournalisten moest beschermen.
De tentoonstelling Robert Capa. Photographe de guerre is te zien tot 20 december in Musée de la Libération de Paris.


Île de Porquerolles
Sea, Pop & Sun
Villa Carmignac
Voor zakenman en kunstliefhebber Édouard Carmignac was het in 1989 liefde op het eerste gezicht toen hij voor het eerst op het eiland Porquerolles kwam. Hij opende er in 2018 Villa Carmignac: een museum dat hedendaagse kunst combineert met spectaculaire architectuur, midden in een beschermd natuurgebied tussen zee, wijngaarden en parasoldennen.
Villa Carmignac stond al jaren op mijn lijstje en vorige zomer bezocht ik het museum op Île de Porquerolles (voor de kust van Hyères) dan ein-de-lijk voor het eerst. Het gaf me hetzelfde gevoel als mijn eerste bezoek aan Fondation Maeght in Saint-Paul-de-Vence. Het besef dat je werk van zulke grote kunstenaars in zo’n intieme setting kunt bewonderen, het blies me omver. Villa Carmignac, waar je op blote voeten door de expositieruimte loopt, voelt als een hedendaags, sensueler antwoord op Fondation Maeght.
Deze zomer presenteert Villa Carmignac de tentoonstelling Sea, Pop & Sun. De titel verwijst naar Sea, Sex and Sun, het nummer van Serge Gainsbourg uit 1978 dat uitgroeide tot een soort soundtrack van het hedonistische Zuid-Frankrijk. Die sfeer vormt het vertrekpunt van de expo, waarin popart niet alleen als kunststroming wordt benaderd, maar ook als verbeelding van vakantie, consumptiecultuur en de mythe van de zonnige Franse kust. In totaal zijn bijna tachtig werken te zien van bekende kunstenaars zoals Andy Warhol, Roy Lichtenstein, Martial Raysse en Martin Parr. De tentoonstelling viert het optimisme en hedonisme van de popartgeneratie, maar reflecteert ook op de keerzijde van massatoerisme aan de Middellandse Zee.
De tentoonstelling Sea, Pop & Sun is te zien tot 1 november in Villa Carmignac.


Parijs
Ateliers-musée Chana Orloff
Een tijdje terug ontdekte ik het atelier van Chana Orloff in het 14e arrondissement. Orloff was een belangrijke figuur in de Parijse avant-garde en maakte furore met haar beeldhouwwerken. Chana werd in 1888 in het huidige Oekraïne geboren en haar jeugd werd gekenmerkt door migratie, onzekerheid en antisemitisch geweld. Na angstaanjagende pogroms verhuisde het gezin naar Palestina, toen nog onderdeel van het Ottomaanse Rijk, waar ze als jong meisje als naaister werkte. In 1910, op haar tweeëntwintigste, vertrok ze alleen naar Parijs om meer over couture te leren. Eenmaal aangekomen in Montparnasse kwam ze al vrij snel terecht in het artistieke hart van de avant-garde en besloot ze zich volledig op beeldhouwkunst te richten.
Chana viel al snel op in de Parijse kunstwereld. Niet alleen omdat er niet veel andere vrouwelijke beeldhouwers waren, maar ook door haar typische stijl waarin ze modernisme wist te combineren met zachte, ronde vormen. In Montparnasse kruiste Orloffs pad zich geregeld met dat van kunstenaars als Amedeo Modigliani en Salvador Dalí. In 1926 liet ze haar kunstenaarswoning ontwerpen door niemand minder dan Auguste Perret, een van de grote pioniers van het modernisme. Het contrast tussen het verfijnde beton, het decoratieve metselwerk en de grote glaswand maakt het nog altijd een bijzonder pand om te bezoeken.
Het interbellum bracht Chana groot succes, maar de twee oorlogen lieten diepe sporen na in haar leven. Zo overleed haar man, dichter Ary Justman, in 1919 aan de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog en moest ze zelf Parijs in 1942 ontvluchten, omdat ze als Joodse kunstenares groot gevaar liep in bezet Frankrijk. In haar afwezigheid werd haar atelier geplunderd en een groot deel van haar sculpturen vernietigd, maar na de oorlog bouwde ze haar atelier resoluut opnieuw op. Vandaag de dag kun je in het atelier meer dan tweehonderd werken van Orloff bewonderen en wie een rondleiding boekt, krijgt met een beetje geluk een tour van de kleindochter of kleinzoon van de kunstenares. Openingstijden wisselen geregeld, maar op dit moment kun je Ateliers-musée Chana Orloff bezoeken op woensdag, vrijdag, zaterdag en zondag.
Ateliers-musée Chana Orloff, 7 bis Vla Seurat, 14e arrondissement.


Nice
Marché à la Brocante Saleya
Afgelopen maandag was ik weer een dagje in Nice om onderzoek te doen in de bibliotheek van Villa Masséna, musée d'art et d'histoire. De bibliotheek (die open is van 10.00 tot 12.00 uur en van 14.00 tot 17.00 uur, wat een leven!), was nog gesloten en dus had ik tijd voor een rondje Vieux Nice. Ik was het helemaal vergeten, maar het was maandag en dus Marché à la Brocante op Cours Saleya. De hele dag kun je er struinen langs kramen met oude boeken, antieke Provençaalse meubels, keramiek, schilderijen en curiosa van bijna 180 antiquairs en brocanteurs. Mijn buurvrouw uit de bergen, Paule (ik weet nog steeds niet waar dat een afkorting van is), zegt altijd dat ze ook op deze Marché à la Brocante staat, maar afgelopen maandag kon ik haar niet vinden. Wel kocht ik bijna een geweldige jaren veertigposter, maar ik wist me te bedwingen en trakteerde mezelf in plaats daarvan op een café noisette bij Les Mimosas du Cours. Een fijne plek met fifties vibes waar je leuk kunt lunchen (als je één ding bestelt, laat het dan een punt van hun waanzinnige tarte citron meringuée zijn). Ik durfde helaas de sugar rush niet aan en ging braaf naar de bibliotheek en heb daar nog steeds spijt van. Weekendtip: elke derde zaterdag van de maand vindt deze brocante plaats op Place Garibaldi.
Marché à la Brocante, Cours Saleya, elke maandag van 7.00 tot 18.00 uur.



















