Baguette Gazette #9
De fijnste néobistrot van Belleville, hebberigmakende trompe-l’œils bij Le Bon Marché en het 'nieuwe' Fondation Cartier in het 1e. Ook in deze nieuwsbrief: een impressionistische hike langs de Seine.
Au secours! Deze nieuwsbrief is misschien te lang voor je inbox. Vergeet dus niet op ‘Hele bericht bekijken’ te klikken als deze nieuwsbrief vroegtijdig wordt afgebroken.
Coucou,
Mensen die altijd maar weer moeten benadrukken dat ze iets al kenden vóór de massa? Bloedirritant. Maar soms ben je wel degelijk een early adopter, en dan is de vraag: hoe vertel je daar leuk over zonder over te komen als een opschepper? In deze editie neem ik je mee terug naar 2016, naar een slechte keuze die uiteindelijk verrassend goed uitpakte en waardoor ik Le Grand Bain in Belleville al vroeg leerde kennen.
Eind 2016 – enkele weken na mijn verhuizing naar Parijs – besloot ik namelijk om tóch maar wel naar die foute kersttruienborrel van de Facebookgroep ‘Nederlanders in Parijs’ te gaan. Ik typ dit ietwat gegeneerd, maar laten we zeggen dat mijn behoefte om mensen te ontmoeten het won van de gegarandeerde schaamte om met een debiele trui in een café vol vreemden te staan. Op die borrel ontmoette ik vriendin P., die zich ook afvroeg waarom ze in godsnaam naar de kerstmarkt op de Champs-Elysées was gekomen om in een nepchalet met andere Nederlanders te socializen. We raakten aan de praat, dronken teveel en waren vanaf dat moment onafscheidelijk.
Waarom ik dit vertel? Omdat P. me een andere kant van de Parijse horeca liet zien. Of nou ja, eigenlijk was het haar vriend M. die midden in de culinaire scene stond en de leukste adressen kende. M werkte namelijk in de keuken van Frenchie to Go op Rue du Nil in het 2e arrondissement. Frenchie to Go was het toegankelijke adres van chef Gregory Marchand, die al sinds 2009 het succesvolle restaurant Frenchie runde in dezelfde straat (sinds 2019 één Michelinster overigens).
Enfin, met wie ik ook ergens ging eten, het waren meestal adresjes van de tiplijst van M. Zo ook Le Grand Bain in Belleville, waar ik al snel ál mijn bezoek uit Nederland mee naartoe troonde. Belleville is de afgelopen tien jaar keihard gegentrificeerd – en ja, natuurlijk maak ik zelf ook deel uit van dit probleem – maar destijds was het quartier populaire nog veel volkser en rommeliger. Ik werd op slag verliefd op de wijk en een jaar later kwam mijn droom uit: ik verhuisde naar Belleville, om de hoek van Le Grand Bain.
Inmiddels struikel je in Belleville bijna over de edgy néobistrots waar creatief wordt gekookt, maar Le Grand Bain blijft een geweldige zaak die op ieders lijstje hoort te staan.
Paris
Le Grand Bain
Le Grand Bain is het geesteskind van de Britse chef Edward Delling-Williams en restaurateur Édouard Lax en opende eind 2016 in Belleville. Binnen no-time werd dit restaurant – met industriële inrichting en een kaart vol creatieve gerechten en natuurwijnen – een van de bekendste néobistrots van Parijs. Chef Edward vertrok enkele jaren geleden naar Normandië en inmiddels staat de Letse Toms Berzins achter het fornuis. Toms stond eerder in de keuken bij Frenchie en Les Pères Populaires, een ander fijn adres in het 20e arrondissement.
Vanuit de open keuken verrast Toms met creatieve kleine gerechten zoals langoustines en gegrilde zwezerik, met panisse, bloedsinaasappel en vijgenbladmatcha. De kaart wisselt geregeld, maar bij Le Grand Bain is het juist de sport om je te laten verrassen. Logeer je in de buurt of ben je op zoek naar het perfecte brood voor een picknick? In 2018 opende het restaurant een bakkerij aan de overkant van de straat, Le Petit Grain, waar je het lekkerste zuurdesembrood haalt, maar ook de viennoiseries zijn top.
Ik had deze nieuwsbrief al geschreven en ingepland toen ik gisteravond een bericht zag op Instagram: na twee jaar zwaait chef Toms af van Le Grand Bain. Toeval? Het is in elk geval een goede reden om nog snel een tafeltje te reserveren voor zijn vertrek. Tot 12 juli kun je zijn signature dishes proeven.
Le Grand Bain, 14 Rue Denoyez, 20e arrondissement.
Paris
Le Bon Marché
Je zou bijna denken dat het hun eigen ontdekking is, zo dol zijn de Fransen erop: de trompe-l’œil. Of het nu in kunst, op gevels, in alledaagse voorwerpen of op je bord is; gezichtsbedrog is hot. De meest voorkomende trompe-l’œil in Parijs is toch wel het taartje in de vorm van een vrucht. Cédric Grolet, een van de bekendste patissiers van Frankrijk, werd er beroemd door. Zijn hyperrealistische desserts in de vorm van fruit, noten en bloemen zijn zo populair dat ze inmiddels door de meeste goede patissiers worden nagemaakt.
Laatst was ik op botermissie bij La Grande Épicerie (ik schreef er hier over), maar natuurlijk kon ik het niet laten om óók even boven bij de afdeling Arts de la table rond te snuffelen. ‘Alleen kijken’ sprak ik met mezelf af – een afspraak die binnen tien minuten overigens meerdere keren op de proef werd gesteld. Zo liep ik tegen een tafel aan vol trompe-l’œils: het waren kaarsen die leken op een tomaat, paprika, artisjok en zelfs een brood. Mijn hebberigheid werd door de prijs (45 euro!) gelukkig al snel de kop in gedrukt, maar wat had ik dit broodje graag mee naar huis genomen.
Le Bon Marché (de ‘Cuisine & Arts de la table’-afdeling boven La Grande Épicerie), 38 Rue de Sèvres, 7e arrondissement.


Paris
Exposition Générale
Fondation Cartier pour l’art contemporain
Twee weken geleden bezocht ik dan ein-de-lijk Exposition Générale in het nieuwe Fondation Cartier. Eind 2025 verhuisde Fondation Cartier van Boulevard Raspail in het 14e arrondissement naar Palais-Royal; een nieuw hoofdstuk voor het museum. Fondation Cartier werd in 1984 opgericht door Alain Dominique Perrin, de toenmalige topman van het luxehuis Cartier, en draait om hedendaagse kunst. De oude locatie, een glazen pand ontworpen door architect Jean Nouvel, trok altijd veel bekijks. Destijds brak het radicaal met het klassieke idee van een museum als een gesloten witte doos.
Maar sinds kort vind je de Fondation dus centraler in het voormalige Louvre des Antiquaires dat ooit een van de grootste centra voor antiquairs en kunsthandel in Parijs was. Ook deze keer kreeg Jean Nouvel de opdracht om het pand aan te pakken. Zo schuilt er achter de klassieke Haussmann-gevel een ingenieus door Nouvel ontworpen systeem van bewegende platforms, waardoor de zalen telkens anders kunnen worden ingericht, afhankelijk van de grootte van de kunstwerken.
Voor de opening werd gekozen voor een tentoonstelling die de volledige collectie van de stichting als vertrekpunt neemt. Het resultaat is een expo waarbij hedendaagse kunst, architectuur, design en ambacht elkaar afwisselen. Exposition Générale is naast een portret van veertig jaar Fondation Cartier ook een blik op de toekomst, want de Fondation wil nieuwe kunstenaars en hun kunst blijven verwelkomen.
Exposition Générale is te zien tot 23 augustus in Fondation Cartier pour l’art contemporain.


Louveciennes, Bougival & Chatou
Chemins des impressionnistes
In de vorige special schreef ik over Claude Monet, zijn carrière en vele omzwervingen. In 2026 wordt namelijk het Centenaire Claude Monet gevierd met tientallen exposities en evenementen. In de vorige special deelde ik al welke Monet-exposities de moeite waard zijn deze zomer, maar misschien wil je het impressionisme wel in de buitenlucht ervaren? Ben je een weekend in Parijs, dan sta je in anderhalf à twee uur in Giverny. Prima te doen dus, maar het kan ook dichterbij. In de tweede helft van de 19e eeuw zetten namelijk niet alleen Monet, maar ook Renoir, Morisot, Pissarro en vele andere impressionisten hun schildersezels langs de oevers van de Seine. En de uitzichten die verschillende beroemde schilderijen hebben geïnspireerd, bestaan vaak nog steeds.
Online kun je verschillende wandelroutes vinden, bijvoorbeeld op de website Les Chemins des impressionnistes. Zelf maakte ik nét even een andere wandeling die je langs prachtige plekken langs de Seine voert en die uitkomt op het Île des Impressionnistes in Chatou waar Renoir zijn Déjeuner des canotiers schilderde en waar je leuk kunt lunchen bij Maison Fournaise (reserveren is een goed idee).
Om deze wandeling te maken pak je een trein die je in dertig minuten van Paris Saint-Lazare naar Louveciennes brengt (Transilien L richting Saint-Nom-La-Bretèche - Forêt de Marly). Je wandelt vervolgens zo’n 8,5 kilometer naar Chatou waar je aan het eind van de wandeling de RER A terug naar de stad kunt pakken. Doordat deze wandeling stroomafwaarts loopt, daal je langzaam af van de landschappen van Sisley en Pisarro naar de rivierwereld van Monet en Renoir. De route in het kort: verlaat station Louveciennes en wandel via de Machine de Marly naar Bougival. Steek de Seine over en wandel over Berge de la Prairie richting Chatou. Langs de route staan reproducties van schilderijen op de plek waar ze werden gemaakt. Het Île des Impressionnistes en het Hameau Fournaise zijn de eindbestemming van deze wandeling.

















