Au secours! Deze nieuwsbrief is misschien te lang voor je inbox. Vergeet dus niet op ‘Hele bericht bekijken’ te klikken als deze nieuwsbrief vroegtijdig wordt afgebroken.
Coucou,
Hoe dichter we bij 1 september komen, hoe meer Parisiens de stad weer binnendruppelen, klaar om te knallen. Wie in Frankrijk woont, weet dat we de komende weken namelijk doodgegooid gaan worden met la rentrée. En ja, hoewel de term zich losjes laat vertalen naar back to school, dekt dat de lading niet helemaal. Want hoewel la rentrée het begin van het nieuwe schooljaar markeert, is het voor volwassenen een soort 1 januari vol goede voornemens en peptalks op de werkvloer (en daarbuiten). La rentrée is een boot die je niet wil missen. De belofte? À la rentrée gaat er van álles gebeuren, al weet niemand precies wat.
De afgelopen jaren ben ik natuurlijk aan die la rentrée-gekte gewend geraakt en zelf kijk ik ook wel weer uit naar een beetje meer structuur na deze lange, bloedhete, brandende zomer. Maar precies door die opeenstapeling van canicules denk ik dat deze rentrée misschien wel anders gaat uitpakken. Meer retrouvailles en nazomerplezier, lange avonden op het terras en nog even genieten van het mooie weer. En wie wil er nu niet door Parijs flaneren in de zon zónder te smelten?
Tchin-tchin, op een fijne nazomer!

En terrasse!
Zelfs als het regent zit de gemiddelde Parisien nog vol overtuiging onder een paraplu op het terras, maar het einde van de zomer – oké, en het begin van de herfst – is bij uitstek de periode om nog lekker buiten te zitten. Daarom dit lijstje met een aantal tips, van gouwe ouwe adressen tot verstopte pareltjes.
Rosa Bonheur Buttes-Chaumont
Al voordat ik in Parijs woonde (ik denk ik 2010), werd ik verliefd op Rosa Bonheur. Niet de gelauwerde vrouwelijke kunstenaar, maar de kleurrijke guinguette boven in het Parc des Buttes-Chaumont waar iedereen welkom is. Deze zomerse plek in het park is zowel ‘s winters als ‘s zomers geopend en of je nu overdag in het park hebt gesport of ‘s avonds komt om te borrelen en dansen: alles kan hier. Sinds 2008 is het Bonheur-imperium trouwens flink uitgebreid: ook de peniche op de Seine en de locatie aan het Lac de Minimes in het Bois de Vincennes vind ik geweldig.
Rosa Bonheur, 2 Avenue de la Cascade, 19e arrondissement.
Pavillon Puebla
Iets verderop in hetzelfde park vind je Pavillon Puebla. Een statig chalet-restaurant dat hoorde bij de officiële aanleg van Parc des Buttes-Chaumont. Op deze plek zit dus al sinds de opening van het park in 1867 een horecazaak. Tegenwoordig wordt dit paviljoen uitgebaat door Le Perchoir, wiens rooftop in Ménilmontant natuurlijk een klassieker is. Als je Pavillon Puebla binnenloopt, kun je je opeens best voorstellen hoe een middagje recreëren in het park er tijdens de belle époque uitzag. Een van de leukste zondagen in Parijs beleefde ik ooit bij Pavillon Puebla: een zonovergoten middag, op het terras met koude rosé en een optreden van een vrolijke big band, parfait!
Pavillon Puebla, Avenue Darcel, 19e arrondissement.
Hôtel Particulier
Het publieke geheim van Montmartre: Hôtel Particulier en de cocktailbar Le Très Particulier. En al ben ik hier nog zo vaak geweest, toch moet ik nog altijd even goed kijken waar je ook alweer moet aanbellen om binnengelaten te worden. Maar als je eenmaal de romantische binnentuin van Hôtel Particulier binnenstapt, begrijp je waarom veel Parijzenaren hier zelf ook graag komen; van de Engelse tuin met beelden tot het boudoir-achtige interieur van het restaurant en de cocktailbar beneden. Denk: dieprode fluwelen fauteuils, dikke vloerbedekking, designmeubels en -lampen en een glazen veranda met tropische planten. Overigens zou ik hier alleen komen om ‘s avonds een cocktail te drinken in de bar of in de tuin, het restaurant kan naar mijn mening namelijk niet tippen aan de ambiance en is erg aan de prijs.
Hôtel Particulier, 23 Avenue Junot Pavillon D, 18e arrondissement.
Griffon
Midden in de Marais tegenover Musée des Archives Nationales – tip: gratis te bezoeken – vind je de donkerrode deur van Griffon. Wie die openduwt, ziet al snel het terras op de grote binnenplaats die je vanaf Rue des Francs Bourgeois niet kunt zien. Griffon huist in het historische gebouw van Crédit Municipal de Paris, naar wiens griffioen de plek ook is vernoemd, maar op krediet drinken kun je hier niet. Bij Griffon bestel je goede koffie, maar ook lunchgerechten, apérosnacks en frisse natuurwijnen.
Griffon, 55bis Rue des Francs Bourgeois, 4e arrondissement.


La REcyclerie
Porte de Clignancourt is niet per se het meest gezellige stukje van Parijs, hoe dicht bij Montmartre het ook ligt. Toch kom ik er regelmatig en wel om de volgende twee redenen: vanaf hier loop je zo naar de Marché aux Puces de Saint-Ouen en ook La REcyclerie zit hier. Tot 1934 reed de trein hier over La Petite Ceinture en deed het gebouw waar je nu La REcyclerie in vindt, dienst als stationsgebouw. Tegenwoordig kom je hier echter om biertjes te drinken langs de oude spoorbaan en om bij te dragen aan de ecologische missie van het huis: réduire, réutiliser en recycler. Langs de voormalige spoorlijn ligt een ferme urbaine van bijna duizend vierkante meter met een moestuin, bijenkasten, een kippenren en eenden.
La REcyclerie, 83 Boulevard Ornano, 18e arrondissement.
Jardin21
Waar het kader bij La REcyclerie het oude station is, vind je bij Jardin21 een zelfde soort ambiance, maar dan op een oude negentiende-eeuwse boomgaard. Dit zomerproject bestaat sinds 2018 en is zo leuk vanwege de enorme stadstuin – zo’n 1500 vierkante meter – het restaurant, de bar en de openluchtclub waar ‘s avonds vaak een dj staat te draaien. Natuurlijk eet je in het restaurant groenten, kruiden en eetbare bloemen uit eigen tuin. Je vindt Jardin21 in het Parc de la Villette aan het Canal de l’Ourcq, precies op de grens van Parijs en Pantin. Je kunt er nog tot 26 september eten, drinken en feesten in de stadstuin.
Jardin21, 12a Rue Ella Fitzgerald, 19e arrondissement.
Salles de lecture
In het Pays de Molière wordt nog altijd ontzettend veel gelezen en zowel boekwinkels als bibliotheken zijn belangrijk voor de Fransman.
Sommige clichés over Frankrijk kloppen al lang niet meer, maar dat Fransen dol zijn op boeken, dat is niet overdreven. In Nederland kon ik altijd gerust uren in de boekwinkel blijven hangen en die hobby kan ik in Frankrijk – nu mijn Frans éindelijk goed genoeg is voor instapliteratuur – weer oppakken. Wat me altijd opvalt: waar in Nederland het kaftontwerp een belangrijke rol speelt, worden boeken in Frankrijk vaak plain opgemaakt; zo is een witte kaft met enkel de titel eerder regel dan uitzondering. Wat zou dat over het leesgedrag van Nederlanders en Fransen zeggen? Enfin, over boekwinkels raak ik nooit uitgekletst, maar wist je dat je enkele van de indrukwekkende bibliotheken van Parijs ook kunt bezoeken? Voor de volgende drie leeszalen hoef je geen student, onderzoeker of lid te zijn, je kunt er gewoon gratis naar binnen.
La Bibliothèque Nationale de France, site Richelieu
Na twaalf jaar is La Salle Richelieu eindelijk weer geopend, tot groot plezier van de Parijzenaren. In de beroemde Salle Ovale zijn 160 zitplaatsen beschikbaar, maar je mag ook gewoon even binnenpiepen om de zaal te bekijken. Via deze link bekijk je in real-time hoe druk het in de zaal is.
La Salle Richelieu, di 10.00-20.00, woe-zo 10.00-18.00, 5 rue Vivienne, 2e arrondissement.
La bibliothèque Sainte-Geneviève
Bibliothèque Sainte-Geneviève is gespecialiseerd in geesteswetenschappen en bezit zo’n twee miljoen documenten. Minstens zo indrukwekkend is de monumentale leeszaal van architect Henri Labrouste, waar plaats is voor zevenhonderd lezers. Je kunt hier niet zomaar binnenlopen, maar elke woensdag en zaterdag zijn er gratis rondleidingen (zaterdag ook in het Engels). Reserveren doe je hier.
La Salle Labrouste, ma-za 10.00-22.00, 10 Place du Panthéon, 5e arrondissement.
La bibliothèque Mazarine
Bibliothèque Mazarine is de oudste openbare bibliotheek van Frankrijk die in 1643 werd opengesteld voor geleerden. De collectie omvat ruim zeshonderdduizend documenten, waaronder meer dan vijfduizend manuscripten. De leeszaal telt 140 werkplekken en daar kun je gratis gebruik van maken als je ter plekke een bibliotheekkaart regelt (het tonen van je identiteitsbewijs is genoeg voor een pas voor vijf opeenvolgende dagen). Wil je alleen rondkijken? Dat kan zonder reservering.
La bibliothèque Mazarine, ma-za 10.00-18.00, 23 Quai de Conti, 6e arrondissement.
À l’atelier
Naar welke kunstperiode je ook kijkt, Parijs heeft altijd een enorme aantrekkingskracht op kunstenaars gehad.
Sommigen huurden een atelier, terwijl anderen juist een deel van hun woning inrichtten als werkplaats. En zoals de ene kunststroming op de andere volgde, zo veranderde ook geregeld het epicentrum van de kunstwereld. Waar het 9e arrondissement en Montmartre in de 19e eeuw dé kunstenaarswijken bij uitstek waren, kozen kunstenaars in de 20e eeuw juist geregeld voor Montparnasse. Vandaag tip ik een aantal van de ateliers die indruk op mij hebben gemaakt.
Musée Gustave Moreau
De schilderijen van Gustave Moreau (1826-1898) zijn rijk, overdadig en vaak geïnspireerd door Bijbelse verhalen, mythologie en literatuur. Bij leven was Moreau al bekend en gewaardeerd; zo was Henri Matisse een van zijn leerlingen. Tegen het einde van zijn leven besloot de kunstenaar zijn woonhuis bewust als museum in te richten. Hij had het merendeel van zijn werk nooit verkocht, maar jarenlang bewaard, aangevuld en opnieuw bewerkt. Zo kon hij zijn huis, samen met duizenden schilderijen, aquarellen en tekeningen, als één geheel nalaten aan de Franse staat. In 1903 opende het museum en nog altijd hangt het werk er bijna van vloer tot plafond. De intieme woonvertrekken vormen een mooi contrast met de enorme ateliers erboven, die door een sierlijke wenteltrap met elkaar zijn verbonden. Alleen daarvoor zou je al even binnenlopen.
Musée Gustave Moreau, 14 Rue Catherine de la Rochefoucauld, 9e arrondissement.
Atelier Claude de Soria
Een tijdje geleden vertelde ik over het atelier van Chana Orloff en nu heb ik ook weer een bijzondere vrouwelijke beeldhouwer aan je voor te stellen: Claude de Soria (1926-2015). De Soria was een Franse beeldhouwer die abstracte sculpturen maakte van cement, een materiaal dat in de jaren zeventig nog niet echt als kunstzinnig werd gezien. De Soria bevond zich midden in het kunstenaarsmilieu van Montparnasse. Zo was ze leerling van André Lhote, Fernand Léger en beeldhouwer Ossip Zadkine. Ze werkte van 1973 tot haar dood in 2015 in haar atelier aan Boulevard Raspail, waar na haar overlijden ruim tweeduizend sculpturen, tekeningen en andere werken overbleven. Je kunt het atelier op afspraak gratis bezoeken, reserveren doe je hier.
Atelier Claude de Soria, 221 Boulevard Raspail, 14e arrondissement.
Atelier Suzanne Valadon
Het gerestaureerde atelier van Suzanne Valadon (1865-1938) vind je ín het Musée Montmartre, een museum dat direct een inkijkje geeft in Montmartre als kunstenaarswijk. Valadon legde een bijzondere route naar het kunstenaarsschap af; zo was ze eerst acrobate en naaister voordat ze in Montmartre model ging staan voor kunstenaars als Renoir en Toulouse-Lautrec. Door tijdens het poseren goed op te letten, leerde ze zichzelf tekenen en schilderen. Wat werken van Valadon kenmerkt is de manier waarop zij vrouwen schilderde; in een totaal eigen stijl met stevige contouren, felle kleuren en échte lichamen, waardoor haar werk sterk afweek van dat van haar mannelijke collega's. Met name de periode 1912 tot 1926 toen Valadon op Rue Cortot woonde met haar zoon, schilder Maurice Utrillo, en haar veel jongere geliefde, kunstenaar André Utter, was een roerige. Sterker nog: Valadon, Utrillo en Utter werden ook wel het trio infernal genoemd, want hoewel ze alledrie erg productief waren in deze periode, stonden ze in de buurt vooral bekend vanwege hun heftige ruzies en Utrillo’s drankproblemen. Fun fact: het atelier is gevestigd in een van de oudste gebouwen van La Butte de Montmartre en door de tijd heen woonden en werkten ook Renoir, Raoul Dufy en andere kunstenaars op dit adres.
Musée de Montmartre, 12 Rue Cortot, 18e arrondissement.
Musée Bourdelle
Het atelier van beeldhouwer Antoine Bourdelle (1861-1929) is tot in detail bewaard gebleven – van de oorspronkelijke ramen tot de draaisokkels en krabbels op de muren aan toe. Bourdelle vestigde zich in 1885 in een kunstenaarskolonie aan de toenmalige Impasse du Maine in het 15e arrondissement en bleef er ruim veertig jaar wonen en werken. Aanvankelijk sliep Bourdelle op de kleine mezzanine boven zijn werkruimte, maar naarmate zijn succes groeide, nam hij steeds meer aangrenzende ateliers in gebruik. Bourdelle werd een van de belangrijkste beeldhouwers van de 20e eeuw met zijn typische hoekige beelden vormde hij een schakel tussen de expressieve sculpturen van Auguste Rodin (zijn leermeester) en de moderne beeldhouwkunst (hij had later onder andere Alberto Giacometti als leerling). Niet onbelangrijk: de vaste collectie is gratis te bezoeken.
Musée Bourdelle, 18 Rue Antoine Bourdelle, 15e arrondissement.


Musée Zadkine
Het woonhuis met atelier van Ossip Zadkine (1888-1967) ligt achter Jardin du Luxembourg. Direct bij aankomst begrijp je al waarom dit huis met geplaveide binnenplaats een oase van rust was voor Zadkine en zijn vrouw Valentine Prax. Uiteindelijk werkten zij er meer dan veertig jaar en na het overlijden van Prax werd het huis een museum. Je vindt er tekeningen, foto’s, wandtapijten en natuurlijk beeldhouwwerken. De creatieve Zadkine werd geboren in 1888 in wat tegenwoordig Wit-Rusland is, maar vestigde zich in 1910 in Parijs, want het kunstzinnige Montparnasse trok hem. Hij ontmoette er Matisse, Picasso, Apollinaire en Modigliani.
Zadkine maakte de wereldoorlogen mee, maar bleef kunst maken. Met Nederland had Zadkine een bijzondere band: zijn internationale doorbraak in Nederland kwam met het beeld De verwoeste stad. Zadkine zag in 1946 vanuit de trein het verwoeste Rotterdam en maakte daarop een beeld van een figuur met een gat waar zijn hart had gezeten. Het was Bijenkorf-directeur Gerrit van der Wal die de monumentale bronzen versie financierde, die in 1953 aan Rotterdam werd geschonken. Uiteindelijk bouwde Zadkine in Nederland niet alleen een groot netwerk van verzamelaars op, maar ook kreeg hij geregeld kunstopdrachten van gemeenten en grote bedrijven. Ondanks zijn zwakke gezondheid bleef hij tot het eind van zijn leven monumentale werken maken. Hij stierf op 25 november 1967 en ligt begraven op het cimetière du Montparnasse.
Musée Zadkine, 100bis Rue d’Assas, 6e arrondissement.


Musée national Eugène Delacroix
Eugène Delacroix (1798-1863) was dé grote schilder van de Franse romantiek. Zijn werken herken je aan de felle kleuren, dramatische bewegingen en onderwerpen uit de geschiedenis en literatuur. Zijn bekendste werken zoals La Liberté guidant le peuple hangen in het Louvre en met een kaartje van het Louvre kun je ook gratis het Musée national Eugène Delacroix bezoeken. La Mort de Sardanapale en Femmes d’Alger dans leur appartement. Die hangen niet in dit museum, maar grotendeels in het Louvre. Eind 1857 verhuisde Delacroix naar Rue de Furstemberg. De schilder was zwak en wilde dichter bij L’Église Saint-Sulpice wonen, waar hij werkte aan de monumentale schilderingen in de Chapelle des Saints-Anges. Hij liet in de tuin van zijn nieuwe woning een atelier bouwen waar hij tot het einde van zijn leven zou blijven schilderen. Leuk weetje: toen het atelier in 1928 dreigde te verdwijnen, richtten kunstenaars en bewonderaars, onder wie o.a. Paul Signac en Henri Matisse, een vereniging op om de werkplaats van de ondergang te redden. In 1932 werd het atelier opengesteld voor publiek, in 1971 werd het een nationaal museum en sinds 2004 valt het onder het Louvre.
Musée national Eugène Delacroix, 6 Rue de Furstemberg, 6e arrondissement.

Souvenirs om op te eten
Le Butter Shop
Het kon ook niet uitblijven: een échte boterwinkel in Parijs. Ik schreef hier al eerder over het uitgebreide boter-assortiment bij La Grande Épicerie, maar sinds juli kun je je volledig te buiten gaan bij Le Butter Shop in het 15e arrondissement, vlak bij Les Invalides. Oprichter Erwan Leo zag een gat in de markt en besloot een winkel te openen waar hij boter van kleine, ambachtelijke producenten en familiebedrijven verkoopt. Naast de usual suspects zoals demi-sel verkoopt hij ook spannende boters met zeewier, truffel, framboos, daslook en oignon de Roscoff, om maar een paar varianten te noemen. Je mag de boter proeven en Erwan vacumeert de beurre met liefde voor je. Kun je niet kiezen? Er zijn ook miniatuurverpakkingen van tien gram.
Le Butter Shop, 5 Rue Bouchut, 15e arrondissement.
OLGA - Sandwichs et Fromages
In deze oude banketbakkerij, op een paar minuten lopen van Gare de Lyon, opende Camille Fourmont – bekend van wijnbar La Buvette – in 2022 OLGA. Waarom OLGA? simpelweg omdat dit adres vroeger Confiserie Olga heette. En het interieur herinnert absoluut aan dit verleden, want binnen vind je ouderwetse spiegels, tegelvloeren, formica tafeltjes en vintage servies. Het enige verschil? In de oude bonbonvitrine vind je tegenwoordig kazen. OLGA is een combinatie van een fromagerie, sandwicherie en caviste, dus je kunt hier zowel ambachtelijke kazen, als originele sandwiches en lekkere wijnen kopen. Je kunt natuurlijk een sandwich sur place eten, of kazen meenemen voor in de trein of thuis.
OLGA, 3 Rue Michel Chasles, 12e arrondissement.


La Fromagerie Goncourt
Ik wil niet weten hoeveel geld ik precies bij deze kaasboer heb uitgegeven de afgelopen jaren, maar laten we zeggen dat ze bij Fromagerie Goncourt goed op de hoogte zijn van mijn gorgonzola à la cuillère-verslaving, oups. In 2013 besloot Clément Brossault zijn werk bij de bank in te ruilen voor een leven vol rauwmelkse kaas. Alvorens zijn zaak te openen, besloot hij meer dan drieduizend kilometer door Frankrijk te fietsen om kaasmakers te ontmoeten en van hen te leren. Bij Fromagerie Goncourt vind je alleen seizoenskazen, dat wil zeggen: geen verse geitenkaas in de winter als de geiten van nature geen melk geven bijvoorbeeld. Verder koop je hier kazen van kleine producenten wier dieren vooral buiten grazen. Het perfecte adres om kazen in te slaan die mee naar huis gaan in je koffer.
La Fromagerie Goncourt, 1 Rue Abel Rabaud, 11e arrondissement.
Confiture Parisienne
Ik wandel heel graag over La Coulée Verte van Bastille richting Bois de Vincennes, maar wist je dat je dan óver het Viaduc des Arts loopt? In de gewelven van dit viaduct vind je sinds 1995 de ateliers van tientallen kunstenaars en ambachtslieden, waaronder Confiture Parisienne. Hier wordt de ambachtelijke jam van Nadège Gaultier en Laura Godinet verkocht – een echt succesverhaal. De twee ontmoetten elkaar toen hun dochters bij elkaar in de klas zaten en al snel maakten ze confituren die La Grande Épicerie wel wilde verkopen. Naast een lager suikergehalte, kun je bij Confiture Parisienne rekenen op spannende smaakcombinaties en leuke collabs zoals deze Cézanne-jam met peer en kweepeer uit de Musée d’Orsay-collectie.
Confiture Parisienne, 17 Avenue Daumesnil, 12e arrondissement.


















Maintenant vous n’avez plus d’excuse pour ne pas sortir de chez vous.
Bravo Baguette ! 🥖 📰