Guide de Paris: Les Halles, de buik van Parijs in 28 adressen
Bruisend, chaotisch en lange tijd hét hart van de Parijse eetcultuur: Les Halles. Op het menu: een duik in de geschiedenis, legendarische brasseries en andere fijne eetadressen en winkels.
Coucou,
In Guide de Paris vertel ik je elke editie honderduit over één Parijse wijk. Deze keer neem ik je mee naar het historische hart van de Parijse eetcultuur: Les Halles in het 1e arrondissement, ook wel bekend als de Buik van Parijs. Op het menu: een duik in de (culinaire) geschiedenis van dit quartier, gevolgd door mijn lievelingsadressen in de wijk (klik hier voor een handig kaartje).
‘Les Halles, weet je het zeker?’, hoor ik je nu denken. En nee, bovenaan de ranglijst van trending buurtjes staat deze wijk inderdaad niet. Sterker nog: voor velen staat Les Halles gelijk aan het frustrerende doolhof dat metrostation Châtelet-Les Halles heet en ook voor de ondergrondse shopping mall Forum des Halles waar je niet dood gevonden wil worden (sue me, I said it).
Toen ik na mijn eindexamen voor het eerst met vriendinnetjes een weekend naar Parijs ging, werd ons op het hart gedrukt om ’s avonds – maar eigenlijk überhaupt – Les Halles met z’n vele donkere hoekjes en doolhofgangen te vermijden, want grote kans dat je er werd lastiggevallen. Voor ons geen probleem, want het Hoog Catharijne van Parijs (allebei producten van het bijna utopische jarenzeventigdenken trouwens) stond toch niet op ons lijstje. Sinds die tijd is Les Halles gelukkig flink veranderd: zowel ondergronds als bovengronds is het veel veiliger, overzichtelijker en groener geworden en met de opening van museum Bourse de Commerce in 2021 heeft Les Halles ook cultureel weer wat meer cachet gekregen.
Maar de charme van Les Halles zie je pas écht als je door een historische bril kijkt. Les Halles kreeg eind 19e eeuw de treffende bijnaam Le Ventre de Paris, oftewel de Buik van Parijs, omdat al het voedsel in de stad op deze gigantische markt werd verhandeld. Hier stonden ooit twaalf indrukwekkende markthallen waar het elke dag van middernacht tot 12.00 uur ’s middags een drukte van jewelste was. En wie de hele nacht werkt, krijgt natuurlijk honger (en dorst) en dus barstte het in de omliggende straten van brasseries die de hele nacht open bleven. In een van die brasseries werd ook de iconische uiensoep – gratinée des Halles – geboren. En zelfs toen de markt eind jaren zestig verhuisde en de hallen werden gesloopt (tot groot protest van velen), leefde de typische eetcultuur door in de wijk.
Vandaag dus een ode aan het legendarische Les Halles waar de geest van de oude markt nog altijd rondwaart. In deze gids deel ik naast de geschiedenis van Les Halles ook flink wat eetadressen die al bestonden toen de markt nog geopend was, de een overigens wat sjieker dan de ander. Maar natuurlijk ontdek je een quartier niet alleen met een servet op je schoot en daarom tip ik naast mijn favoriete brasseries ook een paar adressen waar je geweldig koffie kunt drinken, cultuur kunt snuiven en van andere cuisines kunt proeven.
P.S. Deze nieuwsbrief is langer dan de gemiddelde inbox toestaat. Vergeet dus niet om op ‘hele bericht bekijken’ te klikken als het einde van de gids is weggevallen.
P.P.S. De serie Guide de Paris hoort bij de weekendspecial Le Croissant en zal in de toekomst onderdeel gaan uitmaken van een betaalde nieuwsbrief. Voorlopig is hij echter nog vrij te lezen. De tweewekelijkse Baguette Gazette blijft natuurlijk gratis.
De geschiedenis van Les Halles
De markt op de plek van de hallen bestond al sinds de middeleeuwen, maar het was de 19e eeuwse moderniseringsdrift van Baron Haussmann die zorgde voor de komst van de beroemde markthallen van Baltard. Het moest allemaal moderner en hygiënischer en Napoleon III wilde graag een ontwerp dat leek op Gare de l’Est: ijzeren geraamten met veel glas. Uiteindelijk viel de keuze op architect Victor Baltard, een naam die je in het huidige Les Halles nog vaak ziet terugkomen. Baltard ontwierp twaalf paviljoens: tien werden er gebouwd tussen 1854 en 1874 en de laatste twee in de jaren dertig van de 20e eeuw. Les Halles Baltard besloeg 25.000 vierkante meter (ongeveer 3,5 voetbalveld), waarbij er aparte hallen waren voor bijvoorbeeld groente en fruit, boter, kaas en eieren en vlees, vis en gevogelte.
In en rondom Les Halles was het ’s nachts een chaotisch komen en gaan van sjouwers, marktvrouwen, restauranthouders en handelaren die vanaf middernacht hun waren in de markthallen kochten. Menig tere ziel zou tegenwoordig volledig overprikkeld raken van het constante geratel van karren, het luidkeelse geroep van kooplieden en de straten die nat waren van modder, bloed en groente-, fruit- en visafval. De beroemde Franse schrijver Émile Zola gaf de wijk eind 19e eeuw een bijnaam die voor altijd bleef hangen: Le Ventre de Paris, oftewel de buik van Parijs. Hij schreef over de hallen als een gulzige keel: ‘C’était la gorge de Paris, la gorge énorme, toujours ouverte.’
Deze video uit 1952 laat goed zien hoe het marktleven er decennialang uitzag: ’s avonds rolden de goederen binnen, diep in de nacht barstte de handel los en tegen de ochtend vertrokken koks, handelaren en kleine verkopers weer met hun buit:
Le Trou des Halles
Na jaren wikken en wegen besloot de Franse regering in 1959 dat de markt uit de Parijse binnenstad moest verdwijnen. De redenen? Naast de demografische druk in de stad, was de markt te onhygiënisch en zorgde het af- en aanrijden van vrachtwagens voor constante opstoppingen. De keuze viel op de kleine gemeente Rungis ten zuiden van Parijs waar in tien jaar een enorme markt uit de grond werd gestampt die in 1969 opende. Uiteindelijk verhuisden de laatste groothandelaren in vlees en gevogelte in 1973 van Les Halles naar Rungis, waarna de hallen leeg achterbleven.
En die twaalf indrukwekkende Baltard-hallen? Die werden – ondanks groot protest van veel Parisiens en culturele instellingen – platgegooid. Wat overbleef was een groot gapend gat (op sommige plekken wel 24 meter diep) midden in de binnenstad: Le Trou des Halles. De nieuwe wijk die hier zou verrijzen moest tegelijk cultureel, bewoonbaar en rendabel worden, maar ondanks de futuristische plannen van gerenommeerde architecten, kwam men maar niet tot een keuze. Ondergronds schoot het in deze periode wél op en in 1977 opende RER-station Châtelet-Les Halles, dat al snel een van de drukste stations ter wereld zou worden. Bovengronds bleef de discussie echter voortduren en verschillende (megalomane en futuristische) voorstellen passeerden de revue totdat Jacques Chirac in 1977 de knoop doorhakte. Op 4 september 1979 was het dan eindelijk zo ver: het Forum des Halles werd geopend. Een ondergronds winkelcentrum waar zovelen een hekel aan zouden krijgen en dat in niets meer deed denken aan het levendige, vaak chaotische Les Halles.
De smaak van Les Halles
In de straten rondom de hallen stikte het van de cafés, bouillons en brasseries waar je de hele nacht terecht kon voor een borrel of een maaltijd, want van al dat marktgeweld krijg je natuurlijk trek. Bijzonder aan deze zaken was dat er van klasse eigenlijk geen sprake was; sjouwers en andere marktkooplui zaten naast journalisten en nachtvlinders die net uit een nabijgelegen cabaret of nachtclub kwamen rollen. En sommige van die adressen, zoals Au Pied de Cochon, La Poule au Pot en Le Bistrot des Halles, bestaan nog altijd. Op de kaart stonden vaak stevige, goedkope gerechten zoals uiensoep, charcuterie en varkenspoten. De legende wil dat bij Au Pied de Cochon de iconische gegratineerde uiensoep, gratinée des Halles, is ontstaan. Uiensoep zelf was eenvoudig volksvoedsel, maar bij Au Pied de Cochon kreeg die soep haar beroemde vorm: met een flinke laag geraspte kaas, gegratineerd onder de grill.
Les Halles was een van de weinige wijken in Parijs waar de nacht niet eindigde, maar gewoon overging in de ochtend. De verhuizing van de markt naar Rungis had dus ook grote impact op de horeca rondom de hallen. Ooit gingen deze restaurants open bij zonsondergang en dicht bij zonsopkomst, maar dat was niet langer houdbaar en dus was de optie: de zaak sluiten of overgaan op het dagritme. Eén zaak is daarin nog altijd de uitzondering: bij Au Pied de Cochon kun je tot diep in de nacht aanschuiven voor een gratinée des Halles en even het nachtritme van de oude hallen ervaren.
J’adore!
Les Halles in 28 adressen
Brasseries uit lang vervlogen tijden
Au Pied de Cochon
Oui, oui! Natuurlijk staat Au Pied de Cochon bovenaan deze lijst. Hier aanschuiven is een ervaring en neemt je even mee terug in de tijd. In 2016 zei het restaurant adieu tegen hun vierentwintiguursbeleid, maar tegenwoordig zijn ze open van 8.00 uur 's ochtends tot 5.00 uur de volgende ochtend, dus waar hebben we het eigenlijk over? Voor de claim dat bij Au Pied de Cochon nachtvlinders nog altijd uiensoep slurpen naast mensen die net uit hun werk komen vond ik overigens bewijs dicht bij huis: mijn vriend gaat er na zijn werk ’s nachts namelijk wel eens een gratinée des Halles eten.
De zaak opende in 1947, toen het in en rondom de hallen nog een drukte van jewelste was. Oprichter Clément Blanc, voormalig vleeshandelaar in Les Halles, kocht vlak na de oorlog een kleine bistro die al snel een vast adres werd voor de sjouwers van de hallen, maar ook voor artiesten en beroemdheden als Charles Aznavour en Jean-Paul Belmondo.
Anno 2026 bestel je hier brasserieklassiekers zoals escargots, confit de canard, fruits de mer, gegratineerde uiensoep (die hier ook ontstaan zou zijn!), of de specialiteit waar het restaurant naar vernoemd is: gevulde, gepaneerde of gegrilde varkenspoot met béarnaisesaus en friet. Maar eigenlijk kom je hier voor de sfeer en de knipogen in de aankleding. Zo zie je hier deurklinken in de vorm van varkenspootjes, een zinken bar met varkentjes, kroonluchters, rode banken en andere ondeugende knipogen naar varkens in alle hoeken van het restaurant.
Au Pied de Cochon, 6 Rue Coquillière.
Le Bistrot des Halles
Een wat ‘platter’ adres dan Au Pied de Cochon, maar net zo lekker: Le Bistrot des Halles. In deze zaak met koperen toog, roodgeruite tafelkleedjes en grote krijtborden met daarop de klassieke bistrogerechten maak je ook hier een reis door de tijd. Deze bistrot bestaat al sinds de jaren veertig, toen de Baltard-hallen er nog stonden, maar eigenaar Vincent Limouzin is sinds enkele jaren de eigenaar van deze bijzondere zaak. Ik bestel hier graag de huisgemaakte pâté de campagne en vrienden zweren bij de Paris-Brest van patissier Laurent Dheilly als dessert. Buurtbewoners komen hier graag, soms wel meerdere keren per week en dat voel je.
Le Bistrot des Halles, 15 Rue des Halles.
À L’Épi d’Or
Ook dit knusse restaurant heeft de hoogtijdagen van Les Halles meegemaakt. Afhankelijk van wie je gelooft, is À l’Épi d’Or namelijk al geopend sinds het einde van de 19e eeuw of sinds de jaren twintig. Het decor van deze ‘gouden korenaar’ (zou het vernoemd zijn naar de vroegere Halle au Blé waar tegenwoordig het moderne kunstmuseum Bourse de Commerce in huist?) is art deco met opaline lampen, een houten bar en rode banken. Sinds 2020 wordt deze historische bistrot gerund door Jean-François en Élodie Piège, het duo dat ook verantwoordelijk is voor La Poule au Pot (waarover hieronder meer). Piège heeft meerdere Michelinsterren binnengesleept en bij À l’Épi d’Or kun je voor een prima prijs toch een beetje proeven van zijn keuken. Op de kaart klassiekers zoals croque-madame, pâté en croûte (mijn favoriet al moet ik ‘m soms laten staan als er nootjes in zitten), petit salé aux lentilles en mijn lievelings: riz au lait.
À L’Épi d’Or, 25 Rue Jean-Jacques Rousseau.
La Poule au Pot
Attention mesdames et messieurs, bij La Poule au Pot moet je je portemonnee trekken. Ça vaut le coup? Absoluut. La Poule au Pot opende in 1935 op Rue Vauvilliers en was zo'n typisch adres waar arbeiders, nachtbrakers en andere vaste gasten van diep in de nacht tot vroeg in de ochtend aanschoven voor typische bistrotgerechten zoals gratinée à l’oignon, escargots, île flottante, crème brûlée en natuurlijk het signatuurgerecht: poule au pot et sa sauce poulette. In 2018 werd het restaurant overgenomen door, jawel, Jean-François en Élodie Piège die de zaak renoveerden, maar niets aan La Poule au Pot wilden veranderen. Natuurlijk is Piège een sterrenchef en dat proef je absoluut terug op het bord. Maar het is hier eigenlijk vooral het oog dat wordt getrakteerd: van het sjieke bloemetjesbehang aan de muren tot de rode banquettes, bistrotstoelen en -tafels en natuurlijk de typische ronde opalinelampen, alles klopt bij La Poule au Pot.
La Poule au Pot, 9 Rue Vauvilliers.
La Tour Montlhéry - Chez Denise
Bij Chez Denise zijn de borden royaal, de kaart vlezig en de aankleding ouderwets, maar wel op precies de goede manier. In deze smalle zaak met houten balken en ouderwetse lampen zit je aan een tafel met roodgeruite kleedje, hangen de muren vol met kunst en posters en lees je het menu af van een krijtbord. Het is een favoriet van Gilles Pudlowski en dan moet je altijd even goed opletten. Pudlowski is culinair journalist, beschermheer van de Franse bistro en eigenlijk een beetje de Johannes van Dam van Frankrijk, maar dan iets jovialer. Nu moet ik er wel gelijk bij zeggen: Pudlowski houdt ook enorm van orgaanvlees en dat hebben ze bij Chez Denise inderdaad ruimschoots op de kaart staan (van kalfsnier tot tripes) je moet er van houden. Zelf koos ik hier de vorige keer de daube de joue de bœuf aux coquillettes en de millefeuille toe en dat kan ik iedereen aanbevelen. Wijn schenken ze hier trouwens à la ficelle, wat betekent dat je alleen betaalt wat je uit de fles hebt gedronken.
La Tour Montlhéry - Chez Denise, 5 Rue des Prouvaires.
L’Escargot Montorgueil
Bij binnenkomst zie je het al op het luifel staan: 1832. L’Escargot Montorgueil is een van de oudste restaurants van Parijs en de inrichting met veel donker hout, spiegels, rood fluweel, plafondschilderingen en kroonluchters onderstreept dat. Het huidige restaurant opende overigens in 1875 zijn deuren en het decor dateert uit 1900, but who's counting, toch? Zoals de naam belooft, zijn escargots hier de grote specialiteit (en daar betaal je dus ook best wat voor: tussen de €13 en €19 voor zes slakken en tussen de €26 en €38 voor twaalf slakken, afhankelijk van de bereiding). Je kunt kiezen voor traditionele slakken met knoflook-peterselieboter, maar ook voor andere bereidingen met piment d’espelette, truffel, foie gras of brie. Reken verder op een traditionele bistrotkaart met hier en daar zachter geprijsde gerechten.
L’Escargot Montorgueil, 38 Rue Montorgueil.
Le Cochon à l’Oreille
Minder aan de prijs is dit restaurant op Rue Montmartre dat al bestaat sinds 1905. Ga hier lunchen en bestel de formule du midi, dat deed ik vorige keer ook en dan valt de prijs best mee.De grote blikvangers zijn de keramische fresco’s uit het begin van de 20e eeuw: kleurrijke scènes van het oude Les Halles, met marktkarren, arbeiders en de drukte rond Saint-Eustache, uitgevoerd in faïence en sinds 1984 beschermd erfgoed. Achter het fornuis staat chef Téo Apostolski die zijn strepen verdiende onder Alain Ducasse, maar die bij Le Cochon à l’Oreille kiest voor een toegankelijke, genereuze, maar wel verfijnde keuken. Op de kaart vind je onder andere gratinée des Halles, escargots de Bourgogne, fondant au chocolat, crème brûlée en een van de beste baba au rhums van Les Halles.
Le Cochon à l’Oreille, 15 Rue Montmartre.
Le Petit Bouillon Pharamond
Natúúrlijk moest er ook een bouillon op dit lijstje. En bij Le Petit Bouillon Pharamond kom ik graag, heel graag zelfs. In 1832 opende op dit adres het Normandische restaurant Pharamond dat bekendstond om de tripes à la mode de Caen (dit kun je hier tegenwoordig trouwens nog steeds bestellen). Het huidige restaurant hanteert een bouillonkaart met lage prijzen, maar je eet dus wel in een geweldige monumentale setting. Het interieur met beschilderde spiegels, kroonluchters, rood fluweel en de geweldige trappen met houtsnijwerk stamt uit de periode rond 1900. Enkele jaren geleden opende het restaurant als bouillon en sindsdien kun je hier dus goedkope gerechten uit de klassieke Franse keuken bestellen. Denk aan: oeufs mimosa, pâté en croûte, coquillettes, saucisse-frites en desserts zoals crème brûlée en tarte tatin.
Le Petit Bouillon Pharamond, 24 Rue de la Grande Truanderie.
Aux Crus de Bourgogne
Als ik heel streng ben, valt Aux Crus de Bourgogne eigenlijk net buiten het quartier des Halles, want het bevindt zich aan de andere kant van Rue Étienne Marcel. Rue Montorgueil is echter altijd een verlengstuk van de hallen geweest en daarom mag dit adres gewoon op het lijstje (en ik maak zelf de regels, is dat even makkelijk!). Aux Crus de Bourgogne is een klassieke Parijse bistro die al bestaat sinds 1932 en waar je als liefhebber van Bourgondische wijnen goed zit. Een maison sérieuse (hun eigen woorden) met witte tafelkleden, een mozaïekvloer, veel koperen details en beschilderde spiegels met wijntaferelen waar je fijne klassiekers bestelt zoals œufs en meurette, steak tartare en poulet au vin jaune et morilles.
Aux Crus de Bourgogne, 3 Rue Bachaumont.
Au Terminus du Châtelet
Nog zo’n mooie zaak die al bestaat sinds de jaren twintig van de vorige eeuw: 1929 om precies te zijn. Maar extra bijzonder vind ik het als het ook nog gerund wordt door dezelfde familie. Bij Au Terminus du Châtelet is het stokje inmiddels vier keer van vader op zoon doorgegeven: oprichter Augustin Sucheyre kocht het restaurant in 1929; daarna volgden Léon, Robert en vandaag Thomas Sucheyre, die de zaak in 2024 overnam. Je kunt hier kiezen uit stevige klassieke gerechten zoals os à moelle, huisgemaakte terrine, pavé de bœuf au poivre en confit de canard. Een andere trots van het restaurant is de keuze uit verse paddenstoelen: van champignons tot pleurotes en cèpes, afhankelijk van het seizoen.
Au Terminus du Châtelet, 5 Rue des Lavandières Sainte-Opportune.
Culture & Café
Galerie Véro-Dodat
Ik woon al tien jaar in Parijs en toch krijgt een bezoekje aan een (voor mij) nieuwe passage couvert me altijd wel stil. Vooral in een wijk die in de tijd van de markthallen hysterisch druk was, kun je je voorstellen hoe heerlijk de plotselinge rust van Galerie Véro-Dodat toen moest voelen. Galerie Véro-Dodat is een overdekte neoklassieke galerie die in 1826 werd geopend door charcutier Benoît Véro en financier François Dodat. Denk: zwart-witte marmeren vloer, houten etalages en koperen arcades. Vroeger werd de passage, die een sluiproute vormt tussen het Louvre en Les Halles, verlicht met gaslampen, wat voor die tijd heel modern was. In de 19e eeuw flaneerde het publiek hier langs modieuze boetieks en boekwinkels, terwijl je er tegenwoordig vooral kunstgaleries, antiquairs en designwinkels vindt.
Galerie Véro-Dodat.
Bourse de Commerce - Pinault Collection
In dit oude beursgebouw huist sinds 2021 de hedendaagse kunstcollectie van François Pinault. François Pinault is een Franse miljardair die onder andere eigenaar is van Gucci, Saint Laurent en Balenciaga. Pinault is een van de grootste verzamelaars van hedendaagse kunst ter wereld en in Bourse de Commerce worden indrukwekkende exposities gehouden die grotendeels bestaan uit stukken uit de Pinault Collection. Het grote ronde gebouw werd ooit gebouwd als graanhal, de Halle au Blé, maar toen er tegen het einde van de 19e eeuw nauwelijks nog graan werd opgeslagen, werd het in 1889 omgedoopt tot Bourse de Commerce. In 2016 kondigde François Pinault zijn plannen aan, waarna de beroemde Japanse architect Tadao Ando met het gebouw aan de slag ging. Zo liet hij een betonnen cilinder in het pand plaatsen dat geweldig contrasteert met de 19e-eeuwse koepel en de enorme 19e-eeuwse muurschildering van 1.400 m², met scènes over handel, scheepvaart en de rol van Parijs in de wereld.
Bourse de Commerce, 2 Rue de Viarmes.
Fondation Cartier pour l’art contemporain
Oké, officieel speel ik hier een beetje vals. Fondation Cartier ligt niet in het Quartier des Halles, maar wel zo dichtbij dat je er gemakkelijk even cultuur kunt gaan snuiven. Fondation Cartier werd in 1984 opgericht door Alain Dominique Perrin, de toenmalige topman van het luxehuis Cartier. Eind 2025 verhuisde het museum van Boulevard Raspail naar Palais-Royal. Een frisse start voor een museum dat voorheen ook absoluut niet ingedut was. De oude locatie, een glazen pand ontworpen door architect Jean Nouvel, trok altijd veel bekijks. Destijds brak het radicaal met het klassieke idee van een museum als een gesloten witte doos. Maar sinds kort vind je de Fondation dus centraler in het voormalige Louvre des Antiquaires. Het Louvres d’Antiquaires, ooit een van de grootste centra voor antiquairs en kunsthandel in Parijs, werd overigens opnieuw door Jean Nouvel aangepakt. Achter de klassieke Haussmann-gevel schuilt een ingenieus door Nouvel ontworpen systeem van bewegende platforms, waardoor de zalen telkens anders kunnen worden ingericht.
Fondation Cartier pour l’art contemporain, 2 Place du Palais Royal.
Kodama
Laten we eerlijk zijn: de Fransen zijn nou niet de allerbeste barista's, al begint dat langzaam te veranderen. Specialty coffee wordt voor de gemiddelde Parisien steeds belangrijker, maar op een gegeven moment ben je ook wel even uitgekoffied, toch? Tijd voor Maison de Thé Kodama op Rue Tiquetonne. Naar dit adres neem ik overigens ook graag mijn vriendinnen mee die geen koffie drinken. Kodama werd in 2015 opgericht door Vincent Brunet en Martin Lê, die na een carrière in de parfumerie het roer omgooiden en theesommelier werden. Vincent en Martin benaderen thee zoals parfumeurs dat doen en noemen zichzelf dan ook wel alchimistes infuseurs. Je kunt bij Kodama verschillende infusies proeven die soms tot wel acht uur hebben getrokken, maar je kunt er ook blends kopen voor thuis.
Kodama, 30 Rue Tiquetonne.
Dreamin Man Roastery
Wie gek is op koffie kent Dreamin Man, gerund door Yuichiro Sugiyama en Yui Matsuzaki, natuurlijk allang. Hun eerste adres (140 Rue Amelot, in het 11e) dat opende in 2019, groeide uit tot een cultadres voor pour-over-koffie, maar ook hojicha (groene geroosterde thee) en huisgemaakte patisserie. Sugiyama is barista en muziekliefhebber, Matsuzaki patissière en in hun vestiging in Les Halles kun je onder het genot van kabbelende folkmuziek kiezen uit koffie, scones en zoetigheden zoals cannelés, cookies, banana bread, maar ook Japanse sandwiches en onigiri. De zaak was ooit een viswinkel en kreeg een sobere make-over van het Japanse stel: kale muren, witte tegels, fabriekslampen en houten meubilair.
Dreamin Man Roastery, 31 Rue Coquillière.
Motors Coffee
Van Japanse koffie en folkmuziek naar specialty coffee in een wat meer industriële setting die doet denken aan New York. Motors Coffee werd opgericht door Thomas Philips en Lola d’Harcourt die de modewereld inruilden voor koffiebonen, maar die daar niet pretentieus over doen. Bij Motors wisselt de kaart geregeld en wie het leuk vindt om bijzondere filterkoffies te proeven, kan hier zijn geluk niet op. Naast de usual suspects op de koffiekaart kun je ook zoete snacks bestellen zoals cardamom rolls en bananabread.
Motors Coffee, 7 Rue des Halles.
LACTEM
Een koffieadres waar je de hele dag kunt blijven zitten met fijne bagels, de lekkerste cookies én waar je doordeweeks je laptop mag openklappen? Dat is LACTEM. Hoëlle Jego opende haar eerste koffiezaak in 2018 na een verblijf in Londen waar ze onder de indruk was van de koffiecultuur daar. Hier geen ingewikkelde hoogdravende creaties, maar gewoon koffie van goede bonen en huisgemaakte snacks.
LACTEM, 38 Rue Croix des Petits Champs.
Autres cuisines
Yam’Tcha Bistrot
Een restaurant with a view: Yam’Tcha Bistrot zit pal tegenover de Église Saint-Eustache en bij dit adres (of bij het kleine zusje Boutique Yam’Tcha aan de andere kant van Bourse de Commerce) wil je zeker aanschuiven. Ik kreeg direct keuzestress omdat ik niet kon kiezen tussen de gestoomde siu mai, xiao long bao, gemarineerde aubergine en de grotere gerechten zoals rijstgerecht lo mai fan. Yam’Tcha Bistrot is het restaurant van Adeline Grattard die met haar vorige adres Yam’Tcha binnen één jaar een Michelinster wist binnen te slepen. Adeline weet als geen ander de Franse keuken (en lokale ingrediënten) met de Cantonese te combineren zonder dat het vergezocht voelt. Bestel hier zeker ook een thee uit de selectie van haar man Chi Wah Chan, de theemeester van haar restaurants. Met Yam’Tcha Bistrot heeft Adeline een toegankelijker adres geopend, maar als je nog laagdrempeliger zoekt, ben je bij Boutique Yam’Tcha aan het goede adres voor noedels, bao’s en dim sum.
Yam’Tcha Bistrot, 7 Rue du Jour.
DOKI DOKI
Dit is het perfecte adres voor een snelle Japanse lunch, maar je kunt ook ietsje langer blijven hangen (bijvoorbeeld als je net als ik toch wél die cocktail bestelt). Bij Doki Doki is niet alleen het interieur minimalistisch (denk: stylish houten krukken, een granieten bar en groene tegels aan de muur), ook het menu is kort door de bocht. Bij Doki Doki draait alles namelijk om de handrolls die à la minute voor je worden bereid met ultraverse vis, maar je kunt er ook een selectie sashimi, onigiri en sides zoals misosoep en edamame bestellen. Nog ruimte voor wat zoets na? De mochis en het artisanale ijs zijn een aanrader.
DOKI DOKI, 59 Rue Jean-Jacques Rousseau.
Chez Vong
Ik val direct met de deur in huis: Chez Vong is aan de prijs en niet alle gerechten zijn het waard. Waarom dit adres toch mijn lijstje heeft gehaald? Omdat chef Vai Kuan Vong op dit dromerige adres al meer dan 45 jaar goede pekingeend bereidt (de beste pekingeend die ik ooit at was bij SENsation op Rue Saint-Maur in het 11e trouwens, schrijf dat adres ook op!). Bij Chez Vong tussen de stenen zuilen en antieke snuisterijen lijkt het alsof je écht in China bent (of op een filmset). Chez Vong is een van de oudste Chinese restaurants van Parijs en je kunt het dus met recht een instituut noemen.
Chez Vong, 10 Rue de la Grande Truanderie.
Our House
Wie in Japan is geweest – of vroeger veel manga heeft gelezen, guilty! – kent het concept van een teishoku: een complete maaltijd die op een dienblad wordt geserveerd. Zo’n maaltijd bestaat meestal uit rijst, misosoep, een hoofdgerecht, pickles en enkele kleine bijgerechten. En laat het team van Dreamin Man (van de geweldige koffie) nu achter Bourse de Commerce zo’n huiselijke teishoku-ya hebben geopend. Bij Our House is aan de houten toog ruimte voor amper tien gasten, intiemer kan bijna niet. Alleen walk-ins.
Our House, 35 Rue Coquillière.
Azteca
De afgelopen jaren komen er steeds meer fijne Mexicaanse restaurants bij in Parijs, zoals de taquería van de Mexicaanse chef Beatriz Gonzalez en FURIA waar je ook hele goede natuurwijn drinkt. Azteca op Rue Sauval is niet trending, heeft geen stylish interieur en schenkt ook geen hippe wijn, maar dit restaurant was in 1986 wel een van de eerste Mexicaanse restaurants van Parijs en is nog altijd zeer geliefd. Een fijn no-nonsense adres voor hele goede taco's en andere klassiekers.
Azteca, 7 Rue Sauval.
Boutiques
E. Dehillerin
Ik heb het al iets te vaak over deze winkel gehad, want ik kom graag bij E. Dehillerin. Eugène de Hillerin opende de winkel op Rue Coquillière in 1890 en het was meteen een groot succes. Een fabriek in het 15e arrondissement produceerde de waren die hij vervolgens bij Les Halles verkocht aan restaurateurs, bakkers, slagers en traiteurs. Als Eugène overlijdt in 1902, nemen zijn weduwe Augustine en zijn zoon Maurice het stokje over, met succes. Zo was het keukengerei op de Titanic van E. Dehillerin, leverde de winkel aan het Elysée en werd Maurice geregeld door Auguste Escoffier – de beroemde chef van het Ritz Paris en auteur van Le Guide Culinaire – genodigd voor diners en banketten. Gedurende de Tweede Wereldoorlog weten de Duitsers het bedrijf, voor hen interessant door de hoeveelheid grondstoffen en eindproducten, helaas ook te vinden. Als Maurice vervolgens ook nog door de Gestapo wordt opgepakt wegens verzetsdaden en gedeporteerd naar Buchenwald, lijkt het einde van het bedrijf ook nabij. Toch weet de familie zich na de oorlog te herpakken en in deze periode krijgen ze er ook een belangrijke klant bij: de Amerikaanse Julia Child. Julia Child maakte de Franse keuken toegankelijk voor een breed publiek, vooral via haar boek Mastering the Art of French Cooking en haar televisieprogramma’s zoals The French Chef, op televisie van 1963 tot 1973. Vandaag de dag staat de winkel bekend om het enorme aanbod professionele kookgerei, zoals koperen pannen, sauteuses, messen en patisseriebenodigdheden.
E. Dehillerin, 18-20 Rue Coquillière.
A. Simon
Ook bij A. Simon hangt nog een zweempje oude hallen. Deze overvolle winkel bestaat sinds 1884 en richt zich op de horeca, maar als particulier kun je er ook kookgerei kopen. Hier vind je art de la table zonder opsmuk: rekken vol pannen, koksmessen, servies, glaswerk en accessoires.
A. Simon, 48 Rue Montmartre.
La Bovida / Trouble Obsessionnel Culinaire
La Bovida begon in 1921 als specialist in runderdarmen voor charcutiers, vandaar de naam (een woordspeling op boyaux en vides, verwijzingen naar dierlijke darmen). Al snel verschoof de winkel richting specerijen en inmiddels is La Bovida uitgegroeid tot leverancier voor de métiers de bouche, van slagers, tot traiteurs, viswinkels, restaurants en hotels. De winkel telt drie verdiepingen en je kunt er meer dan drieduizend keukenproducten kopen. Sinds 2022 opereert de winkel onder de vlag van Trouble Obsessionnel Culinaire, maar eigenlijk noemt iedereen het nog altijd La Bovida.
La Bovida, 36 rue Montmartre.
MORA
En net als je denkt dat je het oudste adres in Les Halles hebt gehad, stuit je op patisseriehemel MORA. Maison Mora-Trottier werd in 1814 opgericht door Charles Trottier, een ambachtsman gespecialiseerd in koperwerk. Als je gek bent op bakken en patisserie wil je vast even ronddwalen bij MORA waar je alles kunt vinden van bakvormen tot chocolademallen, messen, koperwerk en porselein. Dit is geen trendy conceptstore, maar een winkel waar je komt voor die ene gekke maat ring of precies dat ene spuitmondje dat je nergens anders kunt vinden.
MORA, 13 Rue Montmartre.
Stohrer
Soms zijn patissiers zo sjiek, dat ze absoluut op een lijstje met boutiques thuishoren. Dit is ook weer een adres op Rue Montorgueil, maar de oudste patissier van Parijs hoort natuurlijk gewoon op deze lijst. De zaak werd in 1730 opgericht door Nicolas Stohrer, de patissier die met Marie Leszczyńska, de latere vrouw van Louis XV, naar Versailles was gekomen. De winkel – een feest voor het oog – is nooit verhuisd en zit nog altijd op 51 rue Montorgueil. Het interieur van Stohrer is bijna even beroemd als de pâtisserie zelf en de winkel is een beschermd Monument Historique. De legende wil dat Nicolas Stohrer de baba au rhum heeft uitgevonden en eigenlijk moet je die dus wel even proeven. Overigens schijnt de baba oorspronkelijk helemaal niet ‘au rhum’ te zijn geweest, maar met dessertwijn overgoten. Stohrer paste het recept later aan.
Stohrer, 51 Rue Montorgueil.
Copains
Glutenvrij? Geen probleem. Wie graag plantaardig eet of een bijzondere dieetwens heeft, komt in Frankrijk vaak nog bedrogen uit (ik heb een notenallergie en dat gaat nogal n's mis hier), maar gelukkig geldt dat niet voor Copains. Bij deze bakkerszaak zijn alle broden, viennoiserie en gebakjes gemaakt van biologische meelsoorten die van nature glutenvrij zijn. De zaak werd in 2022 opgericht door Giovanni en Baptiste en inmiddels zijn er meerdere filialen in Parijs, Lyon, Brussel en Londen. Bij Copains heb je niet het gevoel dat je aankomt met een irritante dieetwens of dat je in moet leveren op smaak en dat maakt het taartje toch nét even lekkerder.
Copains, 60 Rue Tiquetonne.



















