Le Croissant: Château de Pierrefonds & de groene oase boven Parijs
In Le Croissant, de special van Baguette Gazette, reis ik deze week af naar het Forêt de Compiègne, bezoek ik het immense kasteel van Pierrefonds en overnacht ik in het mooiste dorpje van Picardië.
Au secours! Deze nieuwsbrief is misschien te lang voor je inbox. Vergeet dus niet op ‘Hele bericht bekijken’ te klikken als deze nieuwsbrief vroegtijdig wordt afgebroken.
Coucou,
‘Dit is nou écht het pittoreske Frankrijk uit de boekjes’, zegt mijn vriend, duidelijk onder de indruk. Belangrijk in deze context: hij is zelf Frans en is wat minder snel onder de indruk dan ik. We zijn net aangekomen in Pierrefonds waar we mijn vader op het terras van een ijssalon gaan verrassen voor zijn verjaardag. Wij zijn uit Parijs komen rijden, maar mijn ouders hebben een stuk harder gewerkt om bij dit dorp aan de rand van het forêt de Compiègne te komen: die zijn namelijk uit Nederland komen fietsen. Deels via een fietsroute van Paul Benjaminse – bij de gemiddelde fietsliefhebbers welbekend – die door dit mooie groene, beboste landschap voert.
We zijn in Picardië, de streek ten noorden van Parijs die zich uitstrekt van de Baie de Somme in het westen tot bíjna aan champagnestad Reims in het oosten. We maken van mijn vaders verjaardag gebruik om een piepklein stukje van de streek te zien, namelijk: Pierrefonds en zijn indrukwekkende kasteel en het dorpje Saint-Jean-aux-Bois, dat een hoog Beatrix Potter-gehalte heeft. Denk: kleine huisjes, stenen muurtjes, bloeiende rozen tegen de gevels en weelderige tuinen. ’s Avonds dineren we bij het enige restaurant van het dorp (spoiler: dit wil jij ook als je hier bent) en we overnachten bij een charmante chambres d’hôtes midden in het bos.
In deze nieuwsbrief vertel ik je over dit korte tripje naar deze groene oase op slechts anderhalf uur rijden van Parijs. Overigens kun je vanuit Parijs ook de trein nemen naar Compiègne (1 uur) en daar een (elektrische) fiets huren om Pierrefonds en Saint-Jean-aux-Bois te bezoeken.
P.S. De special Le Croissant, met tips, city guides en deep dives, wordt in de toekomst een betaalde nieuwsbrief. Voorlopig is hij nog vrij te lezen. De tweewekelijkse Baguette Gazette blijft natuurlijk gratis.
Château de Pierrefonds
Nadat we al lang-zal-die-leven-zingend achter een bosje vandaan zijn gesprongen en we een ijsje hebben gegeten, besluiten we het Château de Pierrefonds te bezoeken. Pierrefonds ligt naast het Forêt de Compiègne dat eeuwenlang een geliefd jachtgebied van de Franse koningen en later van Napoleon I en Napoleon III was. Dat hier dus al sinds de 14e eeuw een kasteel staat, zal niet verbazen. En wie aankomt in het dorpje kan ook niet om het imposante Château de Pierrefonds heen. Het indrukwekkende kasteel werd tussen 1393 en 1407 gebouwd voor de broer van koning Charles VI, maar het zou in 1617 alweer grotendeels worden ontmanteld. Bijna tweehonderd jaar was er op deze plek dus niet meer dan een ruïne te bezoeken, maar met de opkomst van de romantiek werd het bezoeken van ruïnes plots populair, waardoor de overblijfselen van Pierrefonds niet alleen de aandacht trokken van kunstenaars en reizigers, maar ook van Napoleon III. Louis-Napoléon Bonaparte was de neef van Napoleon Bonaparte. Hij werd in 1848 president van Frankrijk, pleegde in 1851 een staatsgreep en kroonde zichzelf een jaar later tot keizer. Tijdens zijn bewind onderging Frankrijk een reeks ingrijpende moderniseringen, waaronder de projecten van Baron Haussmann in Parijs.
Keizer Napoleon III gaf Eugène Viollet-le-Duc in 1857 de opdracht het kasteel te restaureren. Eugène Viollet-le-Duc was de beroemdste restauratiearchitect van zijn tijd. Zo werkte hij ook aan de Notre-Dame de Paris, en aan beroemde gebouwen in Carcassonne en Vézelay. Zijn restauratiefilosofie was controversieel, want hij voegde zelf vaak elementen toe die historisch nooit (exact) hadden bestaan. Pierrefonds geldt als een van de bekendste voorbeelden van die aanpak. Op het oog lijkt het een prachtig laatmiddeleeuws kasteel, maar sommige delen zijn dus een 19e-eeuwse fantasie.
Tegenwoordig wordt het kasteel vaak gebruikt als decor voor films en televisieseries, maar aan het begin van de twintigste eeuw werd het château tijdelijk écht onderdeel van het strijdtoneel. Tijdens de Eerste Wereldoorlog lag het front heel dicht bij het kasteel; op zo’n vijftien kilometer, waardoor Pierrefonds volledig in het teken van de oorlog kwam te staan. Vanaf het najaar van 1914 tot aan de wapenstilstand deed het kasteel dienst als kazerne waar per nacht vijftienhonderd soldaten konden verblijven. Bij hun vertrek lieten sommige soldaten tekeningen op de muur achter die nog altijd herinneren aan die heftige periode.
Château de Pierrefonds, entree €9 voor bezoekers boven de 18 en in de zomerperiode elke dag geopend van 9.30 tot 18.00 uur.
Mondain kuren
Tegenwoordig is het kasteel van Pierrefonds de grootste attractie van het dorp, maar dat was niet altijd het geval. In de tweede helft van de negentiende eeuw was het dorp namelijk minstens net zo bekend als kuuroord. De Parijse bourgeoisie kwam naar het dorp voor de zwavelhoudende bronnen die een geneeskrachtige werking zouden hebben en vierde er vakantie. Toen Napoleon III besloot het kasteel te restaureren werd het dorp steeds bekender en met de komst van nieuwe spoorverbindingen werd de streek ook steeds beter bereikbaar vanuit Parijs. Rondom het Lac de Pierrefonds verrezen in deze periode grand hôtels, pensions en privévilla's, maar ook cafés, restaurants, een casino en promenades om over te flaneren. Veel van die prachtige belle époque-gebouwen met torentjes en ingewikkeld houtsnijwerk kun je hier nog altijd bewonderen.
Saint-Jean-aux-Bois
Vanuit Pierrefonds is het amper tien minuten rijden naar Saint-Jean-aux-Bois, al moeten mijn ouders toch écht op hun eigen fiets naar het dorp rijden, terwijl wij luibakken in de auto stappen. Saint-Jean-aux-Bois ligt verscholen in het uitgestrekte Forêt de Compiègne en is ontstaan rondom de abdij die hier in de middeleeuwen werd gesticht. Wie pittoresk in een encyclopedie opzoekt, stuit waarschijnlijk op een foto van dit dorpje, want jeetje, wat is het hier mooi.
De abdij die de kern vormt van Saint-Jean-aux-Bois werd in 1152 gesticht door Adelaide van Savoye, de weduwe van koning Louis VI en een van de machtigste vrouwen van haar tijd. Ver weg van de steden en omringd door eeuwenoude eiken moesten de nonnen hier een leven van gebed en afzondering leiden. In de 17e eeuw werd het de nonnen te heet onder de voeten en besloten zij zich voor de veiligheid dichter bij Compiègne te vestigen. Na hun vertrek werd de abdij bewoond en bestuurd door een mannelijke religieuze gemeenschap die huizen rondom de abdij begon te verhuren aan leken. Zo verschenen langs de abdijmuren woningen voor ambachtslieden en pachters; het begin van het dorp Saint-Jean-aux-Bois.
De gotische abdijkerk en de monumentale toegangspoort lonken, maar wij gaan eerst naar de overkant van de straat, want we hebben trek. Midden in Saint-Jean-aux-Bois, tegenover de abdijkerk, zit namelijk La Fontaine Saint Jean by Juju. Ons logeeradres adviseerde om hier van tevoren te reserveren en dat is maar goed ook, want het zit hier vol vanavond. Het restaurant bevindt zich in een historisch pand aan het dorpsplein en heeft een fijn terras. De huidige eigenaar, Julien ‘Juju’ Marécaux, zette dit adres een paar jaar geleden weer op de kaart. Een échte dorpsbistrot met verfijnde voorgerechten, vlees van uitstekende kwaliteit en een wijnkaart die niet teleurstelt. Hier wil je dineren én terugkomen.
En als we denken dat het allemaal niet idyllischer kan, lopen we na het diner tegen alweer een sfeervol tafereel aan: op het grasveld naast de abdijkerk staan lange gedekte tafels, verlicht door gezellige lampjes in de bomen. Het is het Fête des voisins, laten we ons vertellen, en dus dineren alle buren samen buiten vanavond. Trop mignon!
Le Jardin de Saint-Jean
Die avond slapen we bij chambres d’hôtes Le Jardin de Saint-Jean – op loopafstand van het dorp – omgeven door het groene Forêt de Compiègne. Gastheer Eric ontvangt ons hartelijk en vertelt honderduit over de chambres d’hôtes en het gebouw, dat, lang voordat hij en zijn vrouw Juana er een chambres d’hôtes van maakten, dienstdeed als concertzaal(tje) waar door de jaren heen tal van bekende Franse artiesten op het podium stonden. Maar wie hier om zich heen kijkt, kan zich dat rock&roll-verleden nauwelijks voorstellen, zo idyllisch en rustig is deze plek. Eric is tuinarchitect en dat zie je zeker terug in de ruime, diverse tuin, terwijl Juana degene is die je 's ochtends met het ontbijt verwend, inclusief meerdere soorten huisgemaakte jam.
Le Jardin de Saint-Jean, 12 route du Parquet, kamers vanaf €95,- per nacht, lejardindesaintjean.fr.

















