Le Croissant: Claude Monet & anderhalve eeuw impressionisme
In Le Croissant, de special van Baguette Gazette, volgen we deze week Monet langs de oevers van de Seine, duiken we in zijn carrière en tip ik de mooiste expo’s rond het Centenaire Claude Monet.
Au secours! Deze nieuwsbrief is misschien te lang voor je inbox. Vergeet dus niet op ‘Hele bericht bekijken’ te klikken als deze nieuwsbrief vroegtijdig wordt afgebroken.
Coucou,
Ik zal het maar direct opbiechten: afgelopen najaar bezocht ik Giverny en het huis en de tuinen van Monet pas voor de eerste keer. Noem me een cultuurbarbaar, maar met 750.000 bezoekers per jaar verwachtte ik vooral een Disney-esque attractie vol groepen en tourguides met vlaggetjes. Maar toen ik eind oktober voor mijn vriend een verjaardagsuitje moest verzinnen dacht ik opeens: herfstachtig Giverny, zou dat niet wat zijn?
Waterlelies waren er natuurlijk niet, maar de tuin was prachtig, hier en daar in bloei én vol met typische herfstige rode en oranje tinten. En het grote voordeel: het was er eigenlijk helemaal niet zo druk. Oké, het was ook wel een DINK-uitje natuurlijk – double income, no kids – want we waren er op een woensdag in oktober buiten de schoolvakanties, maar dan héb je ook wat!
Dit jaar vieren Normandië en Île-de-France het zogenaamde ‘Centenaire Claude Monet’ ter ere van de honderdste sterfdag van de schilder. Tientallen exposities en evenementen belichten Monets gehele carrière – van de lastige beginjaren in Parijs tot het einde van zijn leven, toen hij zich bijna volledig terugtrok in Giverny. Welke Monet-exposities deze zomer de moeite waard zijn? Ik deel het met je in deze nieuwsbrief.
Daarnaast neem ik je in vogelvlucht mee langs de carrière van de schilder, met belangrijke tussenstops in Parijs, langs de Seine en aan zijn ontbijttafel in Giverny. Terugblikkend op zijn leven zou Monet hebben gezegd:
‘Qu’y a-t-il à dire de moi? Que peut-il y avoir à dire, je vous le demande, d’un homme que rien au monde n’intéresse que sa peinture – et aussi son jardin et ses fleurs?’
Maar of hij nu écht alleen gaf om zijn tuin en zijn bloemen? Claude Monet was echt geen gemakkelijke man: zo had hij een opvliegend karakter en was hij snel ontmoedigd. Maar het was óók een harde werker die weer en wind trotseerde voor zijn schilderkunst en die zich weliswaar terugtrok in Giverny, maar daar zelden alleen aan tafel zat.
Vandaag dus een portret van de complexe man die zou uitgroeien tot hét boegbeeld van het impressionisme, precies op tijd voor de tweede helft van het Centenaire Claude Monet.
P.S. De special Le Croissant, met tips, city guides en deep dives, wordt in de toekomst een betaalde nieuwsbrief. Voorlopig is hij nog vrij te lezen. De tweewekelijkse Baguette Gazette blijft natuurlijk gratis.
Bijna honderd jaar geleden, op 5 december 1926, overleed Claude Monet in zijn slaapkamer in Giverny. Volgens een bekende anekdote zou Monets goede vriend Georges Clemenceau de traditionele zwarte rouwbekleding van zijn kist hebben vervangen door lichte, gebloemde gordijnen met de woorden:
‘Pas de noir pour Monet, le noir ce n’est pas une couleur.’
Of dit echt is gezegd? Dat zullen we nooit weten, maar het onderstreept wel mooi de belevingswereld van Monet: alles draaide om lichtval en kleur.
Met bijna tweeduizend schilderijen in musea en collecties over de hele wereld is Monet zonder twijfel de bekendste impressionist en zijn werken zijn onlosmakelijk verbonden met de landschappen van Parijs tot aan de Normandische kust. Maar hij was niet de enige, want ook Renoir, Degas, Caillebotte, Morisot en Pissarro zochten in de tweede helft van de 19e eeuw de buitenlucht op en zetten hun schildersezels langs de oevers van de Seine en aan de Normandische kust.
Het mag dan ook geen verrassing heten dat grote Parijse musea, zoals Musée d’Orsay, Musée Marmottan Monet en Musée de l’Orangerie, samen met de musea in Normandië de grootste permanente impressionistische collectie ter wereld bezitten. En naast musea kun je hier natuurlijk ook kunstenaarswoningen en ateliers bezoeken waar deze impressionistische kunst werd gemaakt.
Ouderwets
Monet is tegenwoordig razend populair, maar was dat ook al bij leven – in tegenstelling tot zijn vriend en mede-impressionist Alfred Sisley die pas na zijn dood beroemd zou worden en in armoede stierf. Vanaf circa 1870 werd Monets werk al in Londen geëxposeerd en vanaf de jaren 1880 verkocht hij steeds meer schilderijen aan vermogende verzamelaars in de Verenigde Staten. Dit is ook de reden dat veel van Monets meesterwerken zich vandaag de dag in Amerikaanse musea bevinden. Overigens eindigden veel van zijn schilderijen óók in Duitsland, Italië en Japan. Vooral Japan had een bijzondere betekenis voor Monet, die zelf Japanse prenten verzamelde en zich sterk door hun composities liet inspireren.
Na zijn overlijden in 1926 nam die beroemdheid trouwens wel eerst af. Zo was er vrijwel geen publieke belangstelling voor de opening van de eerste Salle des Nymphéas in het Musée de l’Orangerie in Parijs in 1927. Sowieso werd het impressionisme tot ver na de Tweede Wereldoorlog als stoffig en ouderwets beschouwd. Het waren uiteindelijk abstract-expressionisten zoals Jackson Pollock, Willem de Kooning en Joan Mitchell die Monet sinds de jaren vijftig uit de mottenballen hebben gehaald, omdat zij in zijn werk iets moderns zagen.

Jonge honden
Oscar-Claude Monet wordt in 1840 geboren in Parijs, maar groeit op in de Normandische stad Le Havre – waar hij al vroeg begint met tekenen en schilderen in de natuur. In zijn twintiger jaren verhuist hij meerdere keren naar Parijs, op dat moment hét centrum van de internationale kunstwereld. Hij ontmoet er jonge kunstenaars als Renoir, Sisley, Pissarro en Cézanne die willen breken met de kunst die draait om grootse historische en mythologische taferelen. De jonge kunstenaars willen de wereld juist vastleggen zoals die werkelijk is, met aandacht voor natuurlijk licht én het moderne leven.
Monet kent in zijn beginperiode in Parijs wat kleine successen, maar door de vele afwijzingen besluit hij al snel om samen met andere kunstenaars alternatieve groepstentoonstellingen te organiseren. Een criticus noemt hen in 1874 spottend impressionisten – een term die al snel door de kunstenaars als een soort geuzennaam wordt omarmd. De impressionisten worden steeds succesvoller, maar financieel heeft Monet het nog altijd zwaar. Zo verhuist hij regelmatig om schuldeisers te ontlopen, waaronder enkele keren terug naar Normandië. Tijdens deze zwerftochten vindt hij in het uitgestrekte gebied tussen Parijs en Normandië wél zijn favoriete onderwerp. Zo schildert hij badplaatsen als Sainte-Adresse en Trouville-sur-Mer, maar ook de ruigere kustlijn van Fécamp, Pourville-sur-Mer en Étretat. Ook de Seinevallei vormt een onuitputtelijke bron van inspiratie en hij schildert gedurende zijn carrière dan ook eindeloos veel rivierlandschappen, velden, bruggen en treinen.
Appeltje
In 1871 vestigt Claude Monet zich met zijn gezin in Argenteuil waar een productieve periode aanbreekt: hij schildert hier uiteindelijk meer dan tweehonderdvijftig werken. Het zijn moeilijke tijden en vrienden als kunstenaar Caillebotte helpen hem met het betalen van de huur. Overigens is Monet lange tijd alles behalve een vrijgevige man. Zo geeft hij zijn gastheer na afloop van een reis naar Italië (waarbij alle overnachtingen en restaurantbezoeken voor hem waren betaald) een appel cadeau als bedankje, daar moest de gastheer het maar mee doen …
Na acht jaar in Argenteuil verhuist Monet met zijn gezin naar Vétheuil, even verderop aan de Seine, waar donkere wolken zich al gauw boven zijn gezin samenpakken. Zo verliest de schilder hier zijn eerste vrouw, Camille Doncieux, die op dat moment nog maar 32 jaar oud is. Maar ondanks financiële zorgen en dit grote verlies vindt Monet in de omliggende landschappen een onuitputtelijke bron van inspiratie en schildert hij als nooit tevoren. Ook blijft hij reizen naar Parijs, want in de hoofdstad ontmoet hij kunsthandelaren, verzamelaars en critici, essentieel voor zijn carrière.
Giverny
Maar wie Monet zegt, zegt: Giverny. In dit pittoreske dorp dat tegenwoordig jaarlijks ongeveer 750.000 bezoekers ontvangt, staat de woning met de beroemde waterlelievijver die de schilder liet aanleggen. Na de dood van Camille is Monet trouwens niet lang alleen. Enkele jaren eerder had de schilder namelijk Alice ontmoet. Alice was de echtgenote van Ernest Hoschedé; een kunstverzamelaar die Monets werk ondersteunde. Na het overlijden van Monets vrouw Camille groeit Alice al snel uit tot zijn levenspartner. In 1883 betrekt het samengestelde gezin (Alice had zes kinderen, Monet twee) het huis in Giverny. Het huis groeit al snel uit tot een levendige ontmoetingsplek waar Monet nooit meer weg zal gaan. Het is hier altijd een zoete inval: vrienden en familie komen er regelmatig samen voor lange maaltijden en wandelingen door de tuin.
Wie de tuinen met de waterlelievijver en de Japanse brug vandaag de dag bezoekt, ziet de tuinen overigens precies zoals Monet ze ooit bedoeld heeft, want ze worden nog altijd onderhouden volgens zijn oorspronkelijke plannen. Het is ook op deze plek dat Monet zijn seriematige werk perfectioneerde. Wat begon met series Meules, hooibergen, en Peupliers, populieren, mondt uiteindelijk uit tot een serie van maar liefst 250 schilderijen: de Nymphéas, ofwel de waterlelies. Met de jaren blijkt Monet trouwens wel wat guller te zijn geworden, want na de Eerste Wereldoorlog schenkt hij enkele schilderijen uit de waterlelieserie aan de Franse staat, de basis voor de Salle des Nymphéas in Musée de l’Orangerie.
À table
Natuurlijk word je tijdens een bezoek aan Giverny overdonderd door de mooiste werken van Monet, maar in mijn Giverny-top-drie staan óók de knalgele eetkamer en de keuken met de blauw-witte carreaux de Rouen-tegels op de muren. Lange tijd ging het Monet financieel niet bepaald voor de wind, maar in Giverny kwam daar verandering in. Hij ontdekte het plezier van goed tafelen en Alice Hoschedé speelde daar een grote rol in. Zij was immers afkomstig uit een welgestelde familie en bracht een cultuur van verfijning en gastvrijheid mee, die Monet volledig omarmde. Picknicks met foie gras en goede wijn of een ritje van honderden kilometers naar Lamotte-Beuvron voor een Tarte Tatin van de beroemde gezusters kwamen geregeld voor.
De eetkamer was dus een belangrijk onderdeel van Monets levensstijl, maar wel passend binnen de strakke planning van de kunstenaar. Zo werd het ontbijt ’s ochtends om zes uur geserveerd – vaak met andouillette en een glas witte wijn, mind you – waarna er werd geluncht om half twaalf en gedineerd om zeven uur ’s avonds. Naast Alice en de kinderen schoven ook geregeld familieleden, vrienden en andere gasten aan. Onder hen bevonden zich kunstenaars als Pierre-Auguste Renoir en Paul Cézanne, en natuurlijk Georges Clemenceau, de politicus die een van Monets trouwste vrienden werd.
Vakantietips
In de voetsporen van Monet
Bloeiende velden, rivieroevers, stranden en kliffen: in Île-de-France en Normandië zijn veel van de landschappen die Monet schilderde nog altijd herkenbaar. En wat brengt je dichter bij Monet dan het bezoeken van deze locaties? Juist.
In de negentiende eeuw brachten de spoorwegen de impressionisten naar nieuwe plekken en vandaag de dag reis je nog steeds eenvoudig per trein van Parijs, via Gare Saint-Lazare, naar Rouen, Le Havre of Vernon-Giverny. Wie meer tijd wil nemen, volgt Monets spoor per fiets of te voet. Bijvoorbeeld over La Seine à Vélo, de Chemins des Impressionnistes, de GR-route La Seine impressionniste en de GR®21. Zo ontdek je de landschappen die hem inspireerden: van Chatou, Vétheuil en Giverny tot de kathedraal van Rouen, de stranden rond Le Havre en de kliffen van de Côte d'Albâtre waaronder die van Étretat.
Exposities rond het ‘Centenaire Claude Monet’
Dit jaar vieren Normandië en Île-de-France het zogenaamde ‘Centenaire Claude Monet’ ter ere van de honderdste sterfdag van de schilder. Je kunt kiezen uit tientallen exposities en evenementen die Monets werk belichten. De volgende tentoonstellingen vind ik de moeite waard:
Avant les nymphéas
Musée des impressionnismes Giverny, tot 5 juli
Monet in de jaren vóór de beroemde waterlelies, toen hij Giverny en de omliggende landschappen ontdekte. Bijzonder: je ziet de werken op de plek waar ze ontstonden, vlak bij zijn huis en tuinen.Monet au Havre
MuMa Le Havre, tot 27 september
Over Monets jonge jaren in Le Havre, tussen zee, haven, regatta’s en kliffen. Het MuMa ligt in de stad waar Monets blik op licht en water mede werd gevormd.Ai Weiwei. Water Lilies
MuMa Le Havre, tot 27 september
Ai Weiwei herinterpreteert Monets Nymphéas in 650.000 LEGO-stenen. Een verrassende brug tussen impressionisme, persoonlijke herinnering en hedendaagse kunst.La nature n’est pas un décor
Maison Caillebotte Yerres, tot 18 oktober
De tentoonstelling brengt werk van Claude Monet in dialoog met hedendaagse kunstenaars die eerder verbonden waren aan Maison Caillebotte. Samen onderzoeken zij hoe je de natuur kunt schilderen als ervaring: niet als decor, maar als kracht die zich niet meteen laat vangen.Histoires de paysages. De Monet à Hockney
Musée Marmottan Monet Paris, 24 september tot 31 januari 2027
Een reis door de landschapsschilderkunst van Monet tot Hockney. Het Marmottan wil je op je rondje Monet niet missen: het bezit de grootste Monet-collectie ter wereld met o.a. Impression, soleil levant.Monet, peindre le temps
Musée de l’Orangerie Parijs, 30 september 2026 tot 25 januari 2027
Over hoe Monet tijd, licht en verandering probeerde te vangen aan de hand van veertig werken, van de beroemde series met hooibergen, populieren en de kathedraal van Rouen tot de monumentale Nymphéas.



















