Le croissant du week-end: stations fantômes & skiën aan de Côte
In Le Croissant, de weekendspecial van Baguette Gazette, vertel ik je waarom maart de beste skimaand is in de Alpes du Sud en deel ik een paar verrassende stations de ski fantômes met je.
Coucou,
In Le Croissant, de weekendspecial van Baguette Gazette, duik ik elk weekend in een onderwerp binnen een van de volgende thema’s: manger, explorer, admirer en flâner. Vandaag gaan we op verkenningstocht: we gaan skiën aan de Côte d’Azur en ontdekken een paar verlaten skigebieden, de zogenoemde stations de ski fantômes. Eén daarvan ligt op een wel heel bijzondere plek, midden in een gastronomische stad waar de Rhône en de Saône samenkomen…
Wie ‘s winters naar Nice vliegt of met de auto richting de Côte d’Azur rijdt, ziet gelijk de indrukwekkende besneeuwde toppen van de Alpes du Sud die bijna tot aan de kust reiken. Dit was voor mij trouwens ook een van de belangrijkste redenen om in het Parc National du Mercantour – vlak bij Nice en deel van de Alpes du Sud – een boshuisje te kopen. Het departement Alpes-Maritimes claimt over le meilleur des deux mondes te beschikken, namelijk: la mer et la montagne. De dag beginnen op de piste en eindigen met een duik in de Méditerranée, of andersom, technisch gezien kan dat gewoon hier.
Vandaag duiken we in de sneeuwzekerheid van de skigebieden aan de Côte d’Azur, vertel ik je wanneer je in theorie van de beste sneeuw kunt genieten (spoiler alert: het kan nog dit voorjaar!) en ontdekken we ook een paar wintersportoorden die helaas de geest hebben gegeven. Gelukkig hebben we de foto’s nog!
P.S. De weekendspecial Le Croissant, met tiplijsten, city guides en deep dives, wordt in de toekomst een betaalde nieuwsbrief. Voorlopig is hij nog vrij te lezen. De tweewekelijkse Baguette Gazette blijft natuurlijk gratis.
Voor schut
In november 2025 las ik in de krant dat men zich zorgen maakte in Gréolières, een skidorp boven Grasse, omdat er nog bijna geen sneeuw was gevallen. Seizoensarbeiders hadden van zich laten horen: als er niet snel sneeuw valt, gaan we op zoek naar een skioord waar we wél aan de slag kunnen. Uiteindelijk kwam het goed en ging het skigebied voor de feestdagen open, maar de spanning was voelbaar. Spanning rondom de sneeuwval hoort er voor wintersportoorden nu eenmaal bij, maar een teken aan de wand is toch wel de naamsverandering van Gréolières-les-Neiges naar Gréolières 1400 in 2024. Over de reden zei burgemeester Marc Malfatto destijds: ‘Als we de naam houden en er straks geen sneeuw meer is, staan we voor gek.’
Maar wie dol is op wintersport, moet zich ook de moeilijkere vragen stellen. Want valt er met de opwarming van de aarde eigenlijk minder sneeuw de laatste jaren? Hoe toekomstbestendig zijn de skigebieden in Zuid-Frankrijk? En moet je koste wat kost gebieden openhouden als alleen een sneeuwkanon de pistes met een laagje sneeuw kan bedekken? Niet erg duurzaam natuurlijk.
Mediterrane depressies waar je blij van wordt
Toen ik klein was, gingen we vanuit de Var geregeld één of twee dagen naar een van de skigebieden in de Alpes-Maritimes: Auron, Isola 2000, La Colmiane, Valberg of Gréolières-les-Neiges. In minder dan anderhalf uur sta je onderaan de piste van deze relatief sneeuwzekere gebieden die groot genoeg zijn voor een leuke sneeuwdag. In dit artikel beperk ik me tot bovenstaande gebieden, die zich allemaal aan de ‘onderkant’ van de Alpes du Sud bevinden. Wie bereid is verder te rijden, zo’n twee à drie uur, komt bij grotere skigebieden uit zoals Espace Lumière (Pra Loup & Val d’Allos - La Foux), maar voor velen aan de Côte ligt dat net te ver weg voor een dagje skiën. De grote wintersportoorden van de Hautes-Alpes liggen no net wat verder op zo’n drie à vier uur rijden van de Zuid-Franse kust.
Het liefst ski ik in Auron, dat gelegen is tussen de 1600 en 2450 meter en 135 kilometer piste heeft, maar ook Isola 2000, 120 kilometer piste tussen 1800 en 2600 meter, is bij velen in de regio favoriet. Valberg, 90 kilometer piste, en La Colmiane en Gréolières, beide 30 kilometer piste, liggen alle drie wat lager en zitten daardoor meer in de gevarenzone. Deze skigebieden liggen in een bijzondere overgangszone tussen het alpiene en het mediterrane klimaat. Dit betekent dat de vochtige Middellandse Zeelucht grote invloed heeft op de sneeuwval in deze skigebieden. Tijdens de zogenaamde mediterrane depressies kan in korte tijd tientallen centimeters sneeuw vallen, waardoor een paar stormen een heel seizoen kunnen bepalen.
Maart roert zijn staart (niet)
Het voelt niet logisch, maar door de invloed van de Méditerranée is maart overigens de beste maand om te gaan skiën of snowboarden aan de Côte d’Azur. In januari en februari is het weliswaar kouder, maar vaak ook droger. In maart bevatten stormen meer vocht en ligt er al een stevige sneeuwbasis, waardoor nieuwe sneeuw beter blijft liggen.
Wie sneeuwdata en klimatologische studies van de afgelopen veertig à vijftig jaar bekijkt, ziet dat er over de gehele linie trouwens niet minder neerslag valt, maar dat de sneeuwgrens behoorlijk is opgeschoven. Zo is de gemiddelde sneeuwgrens in de Alpen sinds 1970 met circa 150 tot 300 meter gestegen. In de Alpes du Sud betekent dit meer regen en minder sneeuw, waardoor hooggelegen skigebieden zoals Auron en Isola 2000 dus ‘veiliger’ zijn, dan lager gelegen gebieden.
Geweldige en dramatische winters zullen zich dus blijven afwisselen en duurzaamheid, sneeuwkanonnen en het belang van natuurlijke waterreservoirs zullen een nog belangrijkere rol gaan spelen. Het mag dan ook geen verrassing heten dat duurzaamheid nu al het centrale thema lijkt te zijn voor de Olympische Winterspelen van 2030 die in de Franse Alpen worden gehouden.
Stations fantômes
Piste Lyonnaise
Drie jaar geleden verhuisde een van mijn goede vriendinnen van Parijs naar Lyon. Vreselijk natuurlijk, maar wel weer een leuke reden om wat vaker in Lyon te stoppen. Toen ik voor het eerst bij hen op bezoek was in hun nieuwe appartement in de hooggelegen wijk Croix-Rousse – over deze leuke wijk maak ik snel ook een tiplijstje – wees haar vriend me de verschillende landmarks aan. Maar toen hij bij de hellingen van het 5e arrondissement en de basiliek van Fourvière kwam, wees hij ook naar een soort grote paal. ‘Zie je die helling daar?’, zei hij heimelijk, ‘Daar was ooit de skipiste van La Sarra.’
Nadat een delegatie van de burgemeester in 1963 in Parijs op een beurs had kennisgemaakt met het idee van de borstelbaan, opende in 1964 een driehonderd meter lange blauwe piste inclusief tweepersoonsstoeltjeslift. Het project werd serieus aangepakt met kleedkamers, verlichting van de piste zodat er ook ‘s avonds geskied kon worden en zelfs skiwedstrijden. Toch bleek de baan ook wel erg pijnlijk bij valpartijen en dus sloot de piste in 1975 tijdelijk, in afwachting van minder gevaarlijke bekleding. Het skiproject zou uiteindelijk nooit meer heropenen en werd in 1991 afgebroken zodat het huidige Parc des Hauteurs kon worden aangelegd.
De belofte van Varneige
Vroeger kon je in het Pays de Fayence in de Var, al tientallen jaren populair bij Nederlanders, ook skiën. Op het grondgebied van de gemeente Mons – niet ver van Bargemon, Seillans en Fayence – vind je het hoogste punt van de Var: de 1714 meter hoge Montagne de Lachens. Begin jaren zestig kozen enkele jonge zakenlieden uit Saint-Raphaël deze berg uit voor hun ietwat optimistisch genaamde sneeuwproject: Varneige. Ze bouwden hier in 1965 twee sleepliften en een restaurant dat na enkele jaren werd omgebouwd tot hotel.
Even leek alles op rolletjes te lopen – genoeg sneeuwval en veel animo van de Varois – maar al snel stapelden de problemen zich op: opstoppingen van auto's en schoolbussen op de smalle bergweg naar Varneige waren aan de orde van de dag en ook moest het resortje bevoorraad worden door tankwagens omdat het Varneige aan een waterleiding ontbrak. Tijdens een tragisch duikongeluk kwam een van de enthousiaste ondernemers plotseling om het leven, en niet veel later, in 1970, sloot Varneige haar deuren.
Glamourpoes Peïra Cava
Als ik naar mijn boshuisje rijd, kom ik altijd langs de afslag van Peïra Cava; een wintersportbestemming die aan de ene kant uitkijkt over de Vallée de Bévéra en aan de andere kant over de Vallée de Vésubie. En hoe klein dit oord ook is, toch genoot het aan het begin van de twintigste eeuw bekendheid als een van de eerste wintersportoorden van het departement. Al in 1909 werd er een wedstrijd georganiseerd met onderdelen als rodelen, schaatsen en schansspringen en beroemdheden zoals Marlène Dietrich en Marc Chagall verbleven er in de jaren dertig.
Toch was het niet alleen glitter en glamour die zorgde voor het succes van het dorp, dat waren namelijk de militairen. Aan het begin van de twintigste eeuw lag Peïra Cava op een strategische plek, namelijk niet ver van de Italiaanse grens. Frankrijk had in dit gebied dus militaire kazernes en trainingsfaciliteiten. Deze militairen en hun families zorgden ervoor dat de hotels en pensions in het dorp vol zaten en dat de winkels en cafés goed draaiden. Kort na het einde van de Tweede Wereldoorlog luidde het vertrek van de militairen echter een periode van verval in voor dit bergdorp. Een stoeltjeslift werd nog geopend in 1963, maar werd eind jaren tachtig weer gesloten. In Peïra Cava kun je nog wel altijd heerlijk langlaufen en sneeuwschoenwandelingen maken.












