Le Croissant: twee dagen Hyères & Presqu'île de Giens in de Var
In Le Croissant, de weekendspecial van Baguette Gazette, deze week een tripje naar Hyères en het Presqu'Île de Giens voor een dosis cultuur, historische zoutpannen en wandelingen langs de kust.
Coucou,
Vooroordelen over steden aan de Côte d’Azur, wie kent ze niet? Cannes te plastic, Marseille te crimineel, Toulon te lelijk. Zo wordt Hyères vaak ingedut en saai genoemd, maar dat vind ik niet terecht. Ja, je kunt in Hyères op het Presqu’île de Giens de veerpont naar Île de Porquerolles pakken (en dat moet je ook zéker doen), maar Hyères is zelf ook echt de moeite waard. Vandaag neem ik je mee naar deze historische stad in de Var waar je cultuur kunt snuiven én prachtige wandelingen kunt maken.
Hyères ligt in de Var, tussen Toulon aan de ene kant en La Londe-les-Maures en Bormes-les-Mimosas aan de andere kant. De gemeente beslaat niet alleen de stad Hyères, maar ook het schiereiland Giens en officieel vallen ook les Îles d’Or – Porquerolles, Port-Cros en Île du Levant – binnen dezelfde postcode. De oude stadskern, la vieille ville, ligt niet direct aan zee, maar iets landinwaarts tegen de heuvel aan. Dit is het middeleeuwse hart van Hyères: een wirwar van oplopende straatjes, trappen, pleinen en oude gevels.
In de 19e eeuw groeide Hyères uit tot een mondaine winterbestemming met luxehotels en exotische tuinen waar Britse aristocraten, kunstenaars en welgestelde kuurgasten op afkwamen. Queen Victoria verbleef hier in 1892 bijvoorbeeld vijf weken lang met een gevolg van wel zeventig personen. Hyères bleef echter twee gezichten houden: lager in de stad ontwikkelde zich de mondaine winterbestemming, met grote hotels, villa’s en kuuroorden richting de kust, terwijl de hoger gelegen oude stad middeleeuws en uitgesproken Provençaals bleef. Tip: tegenwoordig vind je in de oude stad zoveel kunstenaars en ambachtslieden dat je hier een leuke kunstroute, het Parcours des Arts, kunt volgen.
En die palmbomen dan? Vanaf het midden van de 19e eeuw experimenteerden lokale kwekers met exotische planten die het hier, dankzij het zachte klimaat, opvallend goed deden. Zo groeide Hyères uit tot hét centrum van de palmteelt. Om je een idee te geven: in 1909 werden er jaarlijks zo’n 362.000 palmbomen vanuit Hyères naar de rest van Europa geëxporteerd en in de jaren twintig waren dit al zo’n 1,2 miljoen palmbomen per jaar. Dit leverde Hyères de bijnaam Hyères-les-Palmiers op.
Vandaag deel ik mijn ultieme programma voor twee dagen Hyères en het Presqu’île de Giens met je: van een wandeling langs de historische zoutpannen tot dwalen door la vieille ville, en van een bezoek aan de modernistische Villa Noailles tot een hike langs de grillige kust van het presqu’île de Giens: Hyères is véél leuker dan je denkt.
P.S. De weekendspecial Le Croissant, met tips, city guides en deep dives, wordt in de toekomst een betaalde nieuwsbrief. Voorlopig is hij nog vrij te lezen. De tweewekelijkse Baguette Gazette blijft natuurlijk gratis.
La randonnée des Vieux Salins de Hyères
We beginnen deze twee dagen in Hyères met een wandeling langs de oude zoutvelden (de Vieux Salins) aan de oostkant van de stad, niet te verwarren met de Salins des Pesquiers op de landtong richting het Presqu’île de Giens. Tussen de Vieux Salins van Hyères en La Londe-les-Maures loopt het Sentier du Littoral: een van de makkelijkste kustwandelingen van dit deel van de Var. Het pad volgt aan de ene kant de oude zoutvelden van Hyères, een waterrijk natuurgebied van bijna 350 hectare, en aan de andere kant de Middellandse Zee.
De salins ontstonden al in de 10e eeuw als zoutwinningsgebied en vormen vandaag een bijzonder mozaïek van water, riet, duinen en natuur. Een echte vogelaar ben ik niet, maar wie wil er nu geen flamingo’s spotten? Dat kan in de salins, waar je ook nog 320 andere vogelsoorten kunt tegenkomen. In het informatiecentrum Espace nature des salins d’Hyères midden in de zoutvelden kun je nog meer informatie krijgen over dit bijzondere stukje natuur.
De wandeling zelf is overigens heerlijk simpel: ongeveer zes kilometer heen en terug, zo’n twee uur wandelen, geel gemarkeerd en zonder hoogteverschil. Je vertrekt bij de Vieux Salins (Parking Plage des Vieux Salins) en loopt tot aan Plage de Miramar bij La Londe-les-Maures. Je kunt deze wandeling ook doen met een kinderwagen (met grote wielen) en honden mogen hier ook mee. De Vieux Salins zelf mag je overigens met een hond niet betreden.

Musée La Banque
La Banque, Musée des cultures et du paysage d’Hyères, is gevestigd in de voormalige Banque de France uit 1925, een opvallend gebouw van meer dan tweeduizend m2 in het centrum van de stad. En laat dit museum nu ook over tweeduizend jaar Hyères vertellen. Onder de grote glazen overkapping en in de oude, gerestaureerde kluiszaal ontdek je bijna tweehonderd kunstwerken met veel aandacht voor het landschap, de Provençaalse lichtval en de mediterrane cultuur.
Tot 24 mei kun je in La Banque trouwens meer dan honderdtwintig kunstwerken van Gustave Courbet bewonderen tijdens de expositie Gustave Courbet, du chant de la Nature aux voix de la Révolte. Het realistische werk van Gustave Courbet herken je aan de ruige landschappen, jachtscènes, portretten en schilderijen van gewone mensen op het platteland en uit het arbeidersmilieu, heel ongewoon voor de 19e eeuw. Courbet was een van de belangrijkste schilders van het realisme en zijn werken zijn dan ook meer dan alleen landschapsschilderijen; de sfeer spat er vanaf.
Musée La Banque, 14 Avenue Joseph Clotis, Hyères.
Villa Noailles
Komt ze weer hoor, met Robert Mallet-Stevens. Ja, ik ben nu eenmaal fan. Robert Mallet-Steven was een van de belangrijkste Franse modernistische architecten van het interbellum, bekend om zijn gebruik strakke geometrische vormen. Mallet-Stevens, ook bekend van Villa Cavrois in Lille en de Parijse Rue Mallet-Stevens, maakte van villa Noailles een van de vroegste avant-gardistische huizen van Frankrijk. De villa in het oude centrum van Hyères werd in de jaren twintig gebouwd in opdracht van Charles en Marie-Laure de Noailles, een rijk en eigenzinnig koppel uit Parijs dat een vrij eenvoudige wens had: ‘une petite maison intéressante à habiter’.
Architect Robert Mallet-Stevens maakte er iets veel groters van: een avant-gardistische villa met strakke lijnen, geometrische vormen, dakterrassen, bijzondere ramen en open ruimtes waarin binnen en buiten voortdurend in elkaar overlopen. Sla hier ook de kubistische tuin van Gabriel Guévrékian uit 1925 niet over. Vanaf de villa kijk je bovendien uit over de oude stad van Hyères en de zee.
De Noailles waren overigens niet zomaar opdrachtgevers. Ze steunden kunstenaars, filmmakers, ontwerpers en schrijvers, en maakten van hun villa een ontmoetingsplek voor de avant-garde. En die geest hangt er nog altijd: zo worden er anno 2026 in Villa Noailles veel exposities, festivals en workshops georganiseerd. Het grootste event is de Design Parade die dit jaar plaatsvindt van 25 tot 28 juni, waarna de tentoonstellingen in de villa nog doorlopen tot eind augustus. Het festival geeft elk jaar jong design- en interieurtalent een podium en is uitgegroeid tot een belangrijk evenement op de culturele kalender.
Tip: omdat Villa Noailles boven het centrum van Hyères ligt, is het het makkelijkst om lopend naar de villa te komen. Je loopt via de steegjes van de historische binnenstad in ongeveer 20 minuten naar de villa. Van woensdag tot en met zondag is er om 15.00 uur een rondleiding waar je niet voor hoeft te reserveren.
Villa Noailles, 47 Montée de Noailles, Hyères.


Lilou
Afgelopen najaar was ik in Hyères om Île de Porquerolles te bezoeken (daar zal ik snel ook ‘ns een nieuwsbrief aan wijden). En na een dag op het eiland en bezoeken aan wijndomein La Courtade en kunsttempel Villa Carmignac, pakte ik de veerpont terug naar La Tour Fondue op het schiereiland. Ik overnachtte niet op Giens, maar reed terug naar Hyères, waar ik een kamer had geboekt bij Hôtel Lilou. Dit frisse, artistieke hotel ligt midden in de stad, maar heeft een grote privéparking (handig, want je komt waarschijnlijk met de auto), stylish kamers, een zwembad(je) én je kunt er lekker eten. Lilou heeft een leuke kaart, maar ik besloot voor het menu découverte te gaan en werd getrakteerd op gesoigneerde bordjes. De cocktailkaart was indrukwekkend, maar uiteindelijk koos ik tóch voor een lokale biodynamische Côtes de Provence van Château Gasqui uit het nabijgelegen Gonfaron. In oktober was het 's avonds trouwens te fris om buiten te zitten, maar in de zomer denk ik dat je hier urenlang kan tafelen op het grote gezellige terras.
Lilou, 7 Boulevard Pasteur, Hyères.


Drie wandelingen over het Presqu'île de Giens
Vandaag rijden we naar het schiereiland Giens voor een prachtige wandeling langs de kust. Je kunt hier drie wandelingen maken over het Sentier du Littoral waarbij je kunt kiezen voor sportieve klifwandelingen of een rustigere route langs stranden en verborgen baaien. Goede wandelschoenen en voldoende water zijn geen overbodige luxe, want sommige stukken zijn rotsachtig en er is onderweg nauwelijks schaduw.
Randonnée 1: van Pointe des Chevaliers naar Plage de la Darboussière
Deze wandeling aan de westkant van Giens is de spectaculairste van de drie. De lus loopt van Parc des Chevaliers naar Plage de la Darboussière waar je binnenlands kunt doorsteken naar Port de la Madrague. Deze wandeling is ongeveer zes kilometer lang en telt zo’n driehonderd hoogtemeters, goed voor ongeveer drie uur wandelen. Het pad loopt vaak vlak langs de kliffen en sommige passages kunnen behoorlijk duizelingwekkend aanvoelen.
Vertrekpunt: Parc des Chevaliers of Port de la Madrague.
Niveau: sportief.
Let op: bij harde wind of verhoogd brandgevaar kan deze westelijke lus afgesloten worden.
Randonnée 2: van Plage de la Darboussière naar Port du Niel
Deze kortere wandeling verbindt Plage de la Darboussière met Port du Niel. Het traject is ongeveer 2 kilometer lang, met zo’n zeventig meter hoogteverschil. Ideaal als je geen zin hebt in een lange hike, maar wel de ruigere kant van Giens wilt zien. Onderweg wandel je langs kleine inhammen, turquoise water en uitzichtpunten. Na deze korte wandeling kun je bij Port du Niel mooi de expositie in Musée du Niel meepakken.
Vertrekpunt: Plage de la Darboussière of Port du Niel.
Niveau: gemiddeld.
Randonnée 3: Village de Giens naar La Badine
Deze lus aan de oostkant van Presqu’île de Giens vertrekt vanuit het dorp Giens of Plage de la Badine. De wandeling is ongeveer zeven kilometer lang, met een beperkt hoogteverschil van honderdvijftig meter. Tijdens deze makkelijke wandeling heb je voortdurend uitzicht op de Îles d’Or. De sfeer is hier anders dan aan de ruwere westkant: meer stranden, parasoldennen en kleine calanques met helder water.
Vertrekpunt: Village de Giens, plage de la Badine of Tour Fondue.
Niveau: makkelijk tot gemiddeld.
Pluspunt: veel plekken om onderweg te zwemmen.
Download hier het kaartje met de drie wandelingen.

Musée du Niel
We blijven op het Presqu’île de Giens en zetten koers richting de kleine haven van Le Niel, want hier vind je het kleine Musée du Niel. Het museum is gevestigd in een gerenoveerde villa uit 1962, omringd door een geurtuin, en richt zich op kunst uit de tweede helft van de twintigste eeuw. De nadruk ligt op naoorlogse abstractie en non-figuratieve kunst, met namen als Nicolas de Staël, Jean Dubuffet, Hans Hartung en Françoise Verdier. Deze zomer kun je hier de tentoonstelling L’abstraction est une couleur bezoeken, waarin het museum de abstracte kunst benadert via kleur. De tentoonstelling loopt tot 1 november 2026. Tip: strijk na je museumbezoek nog even neer op het terras van het museum dat een prachtig uitzicht heeft. In mei, juni, juli en augustus is het museum dagelijks geopend, behalve op dinsdag, van 11.00 tot 19.00 uur.
Musée du Niel, 6 Route du Port du Niel, Hyères.
Hôtel Le Provençal
Een aantal weken geleden ontmoette ik Damien Piffet van Hôtel le Provençal in Parijs tijdens een event voor de pers. Van het luxehotel op het Presqu’île de Giens had ik gehoord – wie ultiem de oude Rivièra wil beleven, heeft dit hotel op zijn of haar lijstje staan, inclusief yours truly, al kan ze het niet betalen – maar hoe Damien over het hotel sprak, maakte dat ik onmiddellijk wilde boeken. Dit hotel op het schiereiland is sinds de jaren vijftig al in handen van dezelfde familie en behoort niet tot een groep of hotelketen. Damien en zijn broer Benjamin zijn de derde generatie en staan sinds 2012 aan het roer, samen met hun partners Julie Liger en Lene Arentsen.
Het verhaal begint bij Marius Michel, een Varois die in de jaren vijftig chef is bij het Parijse Lido. Daar raakt hij gefascineerd door de elegantie van de grote hotels en de wereld van showbusiness. Terug in zijn geboortestreek droomt hij van een plek die de charme van de Riviera combineert met Provençaalse gastvrijheid en gastronomie en dus koopt hij in 1951 een bescheiden hotel op het schiereiland. Hij verbouwt het en al snel wordt Le Provençal een discreet toevluchtsoord voor beroemdheden zoals Marie-Laure de Noailles en danseressen van het Lido. In de jaren zestig laat Marius Michel een spectaculair zeewaterzwembad bouwen, uitgehouwen in de rotsen, een gouden zet die het hotel iconisch maakt.
Damien en zijn broer Benjamin hebben het hotel de afgelopen jaren gerenoveerd en met hulp van de beroemde interieurarchitect Rodolphe Parente kreeg het hotel opnieuw die frisse fifties Riviera-uitstraling. Wie niet in het hotel verblijft, kan ook een tafeltje reserveren bij La Rascasse, het stylish restaurant van het hotel of bij La Brasserie aan de dorpskant.
Hôtel le Provençal, 113 Place Saint-Pierre, Hyères.

Provence Med City Card
Normaal gesproken tip ik dit soort passen niet, want combikaarten voor musea zijn vaak niet interessant. Toch maak ik een uitzondering voor de Provence Med City Card, want die heb je er zo uit. Met deze citycard ontdek je Toulon, Hyères, Porquerolles, Les Embiez en de omliggende kust in 24 uur (€29), 48 uur (€49) of drie dagen binnen één week (€59). Inbegrepen zijn veertien bezienswaardigheden en rondleidingen, waaronder de téléphérique du Mont Faron met het Mémorial du Débarquement, Fort Sainte-Agathe op Porquerolles, maar ook Villa Noailles, Musée de la Banque en Musée du Niel uit deze nieuwsbrief. Daarnaast kan je met de pas ook de bus en bateau-bus (vooral die is leuk!) pakken om zonder auto tussen Toulon, La Seyne, Six-Fours en Hyères te reizen.














